Hulsvoorde

Genoemd in kroniek uit 1232
De kroniekschrijver van de Narracio schrijft dat op 18 september 1232 een treffen tussen de bisschoppelijke troepen en de Drenten tussen Coevorden en kapel Hulsvoorde niet doorging. Bij Hulsvoorde ging het om een kapel waarvan de naam in de loop van de geschiedenis verschilde: Hulsforde, Hulsfoorde, Hulssvoert, Hulsfoert, Hulsvoord en Hulstvoorde. De plaats waar ze gestaan heeft is eeuwenlang mysterieus gebleven. Slechts uit overlevering is bekend dat de locatie ergens ten oosten van de R.K.-begraafplaats (tussen Coevorden en Dalen) moet zijn geweest.
Een heilige kapel bij Coevorden
Huldiging van de bisschoppen van Utrecht
Toch heeft de kapel Hulsvoorde bestaan en was het niet zo maar een kapel. Ze werd als buitengewoon heilig gezien en het gebruik van de kapel was multifunctioneel. Onder meer werden de bisschoppen van Utrecht er gehuldigd door hun Drentse onderdanen als die voor het eerst op hun weg van Coevorden naar Groningen het Drents grondgebied betraden en daar beloofden de oude privilegiën te zullen handhaven. Volgens de zeventiende eeuwse Coevorder dominee Picardt zou deze huldiging reeds dateren uit de tijd dat de bisschop van Utrecht door de keizer met Drenthe werd beleend (1046). Daarbij zouden ook door de bisschop ‘goude en silvere penninge’ zijn rondgestrooid. Zelfs ging het er in kapel Hulsvoorde wel eens vrolijk toe. Toen op 24 april 1402 de laatste Heer van Coevorden, Reynold, afstand moest doen van zijn rechten op Coevorden en Drenthe vond er in de kapel een plechtigheid plaats. De bisschop offreerde, als uiteindelijke overwinnaar, de aanwezigen (waaronder Reynold van Coevorden, de etten van Drenthe en vele bewoners van de dorpen) niet minder dan twaalf amen bier in vaten (150 liter per aam). Hij voegde daarbij aan toe: ‘Ende dat gi daarvan hartelijk met een voorgaende gedachtnisse van u en uwe nakomelingen drinkt’, waarna de aanwezigen met blij gelaat en een vrolijke stem riepen: ‘Het gha wel onzen welgeboren Heer van Utrecht en wij zullen sijn bevel gehoorsaem sijn ende in de naame des Heeren lustich drinken.’
Locatie voor missen en landdagen
Ook werden er missen opgedragen in Hulsvoort, de Drenthen hielden er landdagen en nog na 1576 werden er vergaderingen van bestuurscolleges belegd. Hulsvoort was voor velen in de Middeleeuwen echter een luguber begrip. Hoewel het bestuurscentrum van Drenthe in Coevorden was gevestigd mochten de Drenten, door onder meer een toezegging van bisschop Jan van Diest in 1328, in bepaalde zaken niet in die stad worden berecht omdat daar het Sallandse recht gold. Zo dicht mogelijk erbij, binnen het rechtsgebied van Dalen, mocht dat wel. Menig misdadiger of wat er voor door ging eindigde zijn leven bij de kapel aan de galg. Er was dan ook een kerkhof, zoals blijkt uit de akten die betrekking hebben op de afstand van de rechten op Drenthe en Coevorden in 1402. Daarin wordt gesproken van een ‘ante cimeterum capelle’ dat wil zeggen ‘een kapel vóór het kerkhof’. Eén van de laatste berichten omtrent Hulsvoort is een convocatie van de stadhouder Rennenberg voor een vergadering van de landzaten van Drenthe op 26 februari 1579.
Gesloopt rond 1595
Op 23 oktober 1585 werden te Hulsfoorde de rekeningen van de in Coevorden wonende landschrijver Jan Mus door Drost en Gecommitteerden afgesloten. In de tijd van dominee en geschiedschrijver Johan Picardt, die in 1648 in Coevorden kwam wonen, was de kapel al verdwenen. Volgens Picardt is de kapel ‘anno 1460 in sijn principale fleur geweest’, maar daarna tijdens de Gelderse oorlog, begin zestiende eeuw, verwoest en afgebroken. Maar de dominee zat er naast. In 1985 werd correspondentie gevonden tussen stadhouder Willem Lodewijk en de Coevorder commandeur Krijn de Blauw: omstreeks 1595 werd de kapel gesloopt, haar bakstenen waren in Coevorden hard nodig. De bevolking begon hutten te bouwen, want tijdens de strijd tegen de Spanjaarden in 1592 was de gehele stad vrijwel met de grond gelijk gemaakt.
Hulsvoort
Kapel bij een voorde in een drassig gebied
De naam Hulsvoort zegt al veel over de ligging van het gebied. ‘Hullen’ moet in verband gebracht worden met ‘hol’, dat wil zeggen: drassig, week. Een voorde is een doorwaadbare plaats in een riviertje. Hulsvoort, Holsvoort of Holvoorde zal derhalve een voorde zijn in de directe nabijheid van ‘hullen’. Het is niet uitgesloten dat het gebied in oudere tijden onderdeel uitmaakte van één groot, laaggelegen, drassig en moerassig gebied. De hoogteligging (of liever de laagteligging) van het tussenliggende gebied sluit dit niet uit.
De grens met het Landschap Drenthe
De kapel Hulsvoorde lag op de grens van het grondgebied van Coevorden en Dalen in wat destijds gold als het Landschap Drenthe. Hieruit te concluderen dat de locatie gezocht moet worden binnen de huidige gemeente Dalen zou voorbarig kunnen zijn. Pas in 1649, na meer dan een eeuw gekrakeel, werden de grenzen tussen beide rechtsgebieden vastgesteld: ‘langs Weyerswolde, de Zutphenseberg, het Binnenvree, het Drostendiep tot den invall van de Mattmagorsloot ofte diep, lijnrecht naer de steen op de Hulsfoorderdijck, over de Voorste of Groote Loo, naer waer het Loodiep tussen de beide Looën in loopt, ende wijders gaende Liniënrecht door achter tot aen het veen daer achter aen gelegen’.
Gelegen in het rechtsgebied van Dalen
Maar het lijkt er toch op dat binnen het rechtsgebied van Dalen lag. Uit een akte van verkoop van 10 augustus 1584 verklaren de ‘ingeseten erfburen te Dalen’ verklaren een stuk hooiland afgepaald van de marke van Dalen te verkopen en gelegen achter Hulsvoert ‘tusschen Pinsinge en Roetinge’. In de Lange staet der Groenlanden van Dalen van 1654 komen de ‘Holvoortsmaet’, de ‘Holvoortmaet’ en ‘Holvoort’ voor en zelfs het meest zuidelijke gedeelte van de huidige gemeente Dalen, het ‘Martmengoor’.
Locatie voor vonnisvoltrekking van veroordeelden
Een belangrijke voorwaarde waaraan de gezochte locatie moet voldoen is dat die bij hoog water zeer moeilijk bereikbaar was. Dit blijkt uit de rekeningen van de Drost uit de tweede helft van de zestiende eeuw. Veroordeelden uit Drenthe ondergingen voor een deel hun straf te Hulsforde. In de zomer werden zij per wagen naar die plaats vervoerd, evenals andere bij de voltrekking van het vonnis betrokken personen, voorzien van de nodige instrumenten. Bij hoog water was dit echter niet mogelijk, maar moest gebruik gemaakt worden van een schuit. In de winter, als er ijs lag, moest men de gerechtsplaats te voet bereiken. Dit leverde blijkens de rekeningen bijzondere moeilijkheden op bij het vervoer van de ladders, nodig voor het ophangen van de veroordeelden. Die moesten er naartoe worden gesleept. Vermeld wordt dat dit echter maar zelden voorviel.
Het gebied Hulsvoort
Zoals reeds eerder gezegd zou kapel Hulsvoorde gelegen zijn ten oosten van het R.K. kerkhof, ongeveer halverwege tussen Coevorden en Dalen. Dat dit inderdaad zo moest zijn werd mij duidelijk naarmate mijn onderzoek vorderde: er bleef gewoon geen andere plaats over die aan de verschillende voorwaarden voldeed. Na het raadplegen van de ‘Lange staet der Groenlanden’ van Dalen en gezien de koopakte uit 1584 was er wat dit betreft geen twijfel meer mogelijk. Op de kadastrale kaart van omstreeks 1825 werd de naam Hulsvoort vermeld. Het ligt wat achteraf in de nabijheid van het door de aanleg van rondweg afgekapte Drostendiep.

Galg bij kapel Hulsvoort
Hulsvoort (kapel en kerkhof) zal zeker op een hoogte hebben gelegen. Deze hoogte zal niet meer in de oude vorm bestaan. Aannemelijk is dat ophoging destijds is gebeurd met zand van de omringende esgronden. Dominee Picardt wist waar de kapel gestaan had. Hij vermeldde dat die stond ‘bij noorden van de Geldersche schans’. Deze informatie zal betrouwbaar zijn geweest. Vijftig jaar voordat hij in Coevorden kwam wonen was de kapel pas afgebroken.


Schans bij Hulsvoorde
Waar de schans heeft gelegen is niet bekend, maar een aanwijzing komt voort uit een aantekening van burgemeester Cassa van Dalen uit 1818. Hem was verzocht de ‘gedenkstukken of oudheden’ in zijn gemeente op te geven. Dat was er maar één: een oude schans, toen nog twintig voeten boven de omliggende landen uitstekend en omgeven door een vrij diepe gracht. ‘Deze schans ligt tusschen Coevorden en Dalen, op de Loo op eene bogt en ten oosten van den dijk of grooten weg, op afstand van ongeveer 10 minuten gaans van de noordoostelijke buitenwerken der vesting Coevorden, te weten van dat gedeelte waar zich het kasteel bevindt.’ Het zou om de Geldersche schans kunnen gaan.
(bron: Ir. Herman Brand)
