Direct naar de inhoud.

Drenthe binnengevallen

Moord op Rudolf van Coevorden

In 1231 neemt het conflict tussen de bisschop van Utrecht en de Drenten in de zogenaamde Drentse Oorlog een onverwachte wending. De centrale figuur in deze episode is Rudolf van Coevorden, de leider van de Drenten. Hij besluit met slechts één metgezel naar het legerkamp van bisschop Wilbrand van Oldenburg in Hardenberg te gaan. De reden voor deze opmerkelijke en risicovolle stap is niet geheel duidelijk. Mogelijk was het een poging om te onderhandelen, maar het kan ook worden verklaard als een daad van overmoed, naïviteit of zelfs arrogantie. Zijn bezoek loopt echter rampzalig af. Hoewel de bisschop volgens de kroniek bereid lijkt te zijn om met Rudolf te onderhandelen, grijpen diens dienstmannen in. Zij nemen Rudolf en zijn metgezel gevangen. De bisschop zou zich volgens de bron tegen deze arrestatie hebben verzet, maar zijn mannen luisteren niet naar hem. Vervolgens vertrekt de bisschop naar Utrecht om te bidden. Tijdens zijn afwezigheid worden Rudolf van Coevorden en zijn metgezel ter dood veroordeeld en op wrede wijze geëxecuteerd door radbraken. De kroniek, de zogenaamde Narracio, probeert sterk te benadrukken dat de bisschop niet verantwoordelijk was voor deze executie. Toch komt deze verdediging weinig overtuigend over.

Grote gevolgen door de moord

Felle weerstand door de Drenten

De dood van Rudolf van Coevorden heeft grote gevolgen voor het verdere verloop van de strijd tijdens de Drentse Oorlog. Eerder hadden de Drenten bisschop Otto II van der Lippe gedood in de slag bij Ane. Door de executie van Rudolf ontstaat nu een soort evenwicht: aan beide zijden is een belangrijke leider vermoord. Dit neemt voor bisschop Wilbrand echter het morele overwicht weg dat hij na de dood van Otto had kunnen claimen. De Drenten blijven fel weerstand bieden, terwijl de bisschoppelijke legers minder vastberaden lijken te handelen.

De veldtocht van 1231

Militair offensief tegen Drenthe

Ondanks deze tegenslagen geeft bisschop Wilbrand de strijd niet op. In oktober 1231 mobiliseert hij opnieuw een groot militair offensief tegen Drenthe, onderdeel van de Drentse Oorlog. In totaal worden vijf legers op de been gebracht, waarvan een belangrijk deel bestaat uit Friese strijders. Deze Friezen hadden eerder ook al een belangrijke rol gespeeld in de strijd tegen de Drenten. De resultaten van deze campagne zijn echter teleurstellend. De Friezen uit Oostergo en Hunsingo proberen bij Nutspete door te breken, maar bereiken daar niets. Een andere groep Friezen uit Staveren, Westergo, Bornego en Smallingerland trekt bij Bakkeveen het land binnen, maar wordt daar verrast door een plotselinge aanval. De kroniek beschrijft deze aanval als een ‘achterbakse, vervloekte overval’. Het Friese leger raakt in paniek en slaat op de vlucht. Bijna vijftig Friese strijders komen daarbij om het leven.

Mislukking voor de Utrechtse bisschop

De overige bisschoppelijke legers bevinden zich bij Hardenberg, Ommen en Vollenhove. Zij wachten af hoe de Friese troepen het ervan afbrengen. Wanneer blijkt dat de Friezen zware verliezen hebben geleden, besluiten ook deze legers zich terug te trekken en naar huis te gaan. De veldtocht van 1231 eindigt daardoor in een duidelijke mislukking voor bisschop Wilbrand. Toch waren de voorbereidingen voor deze campagne indrukwekkend. Bij Vollenhove kwamen volgens de kroniek ongeveer 1600 ruiters en 4000 voetknechten bijeen. Hun opdracht was waarschijnlijk om eerst Steenwijk te heroveren en daarna verder op te trekken richting Wittelte. Uiteindelijk wordt deze operatie echter nooit uitgevoerd. Wanneer slecht weer uitbreekt, keert het leger eenvoudigweg huiswaarts.

Nieuwe pogingen in 1232

Vijf legers trekken Drenthe binnen

In de herfst van 1232 onderneemt bisschop Wilbrand opnieuw een poging om Drenthe onder controle te krijgen. De Friezen blijven hem hierbij ondersteunen, maar ook deze nieuwe veldtocht verloopt slecht. Opnieuw worden vijf legers gevormd. Bij Nutspete vinden hevige gevechten plaats, maar de Friezen en Groningers slagen er niet in om door te breken. Bij Bakkeveen lijden de Friezen uit Staveren opnieuw een zware nederlaag. Het lijkt erop dat de militaire kracht van de bisschop steeds verder afneemt.

Inval in Coevorden mislukt

De bisschop zelf leidt tijdens de Drentse Oorlog een sterk leger dat probeert Coevorden in te nemen. Hoewel aanvankelijk enkele successen worden geboekt, wordt het leger uiteindelijk teruggedrongen naar Hardenberg. Een ander leger wordt richting Steenwijk gestuurd, maar dit is slechts een kleine troepenmacht die vooral bedoeld is om het gebied te bewaken en de vijand af te schrikken. Kennelijk heeft de bisschop inmiddels opgegeven om Steenwijk daadwerkelijk te heroveren.

Het leger bij Oldeberkoop

Veranderde houding tegenover bisschop

Het meest opmerkelijke onderdeel van de campagne van 1232 betreft een leger van ruim vierduizend lichtbewapende Friezen uit het gebied tussen de rivieren Kuunder en Lende (Linde). Dit leger wordt volgens de kroniek naar Oldeberkoop gestuurd. Volgens de Narracio hebben deze troepen echter ‘niets gedaan dat het vermelden waard is’. Deze korte en cryptische zin heeft belangrijke historische implicaties. In 1228 had Oldeberkoop nog een duidelijk pro-bisschoppelijke houding. Het dorp had waarschijnlijk Friese strijders onderdak geboden en hen gesteund in hun aanvallen op Drenthe. Maar in 1232 lijkt de situatie volledig veranderd te zijn. De tekst suggereert dat Oldeberkoop zich in de loop van de jaren tegen de bisschop heeft gekeerd, of op zijn minst een neutrale positie heeft ingenomen. Het dorp weigerde waarschijnlijk nog langer als uitvalsbasis te dienen voor aanvallen op Drenthe. Hierdoor werd het zelf het doelwit van een militaire expeditie. Waarom Oldeberkoop van houding veranderde, is niet met zekerheid te zeggen. De tekst noemt verschillende mogelijke verklaringen.

Invloeden vanuit Steenwijk

Ten eerste kan de invloed van Steenwijk een rol hebben gespeeld. Ook daar waren spanningen ontstaan tussen de bevolking en de bisschoppelijke autoriteiten. Mogelijk heeft Steenwijk voor Oldeberkoop als voorbeeld gediend. Daarnaast kan het gedrag van de legers een rol hebben gespeeld. Middeleeuwse legers stonden erom bekend dat zij zich vaak weinig gedisciplineerd gedroegen. Wanneer de troepen vertrokken, moest de lokale bevolking de schade opruimen. Een andere factor kan de economische belasting zijn geweest. In 1228 hadden de troepen waarschijnlijk al een groot deel van de voedselvoorraden opgebruikt. Ook de politieke situatie veranderde. Door de dood van Rudolf van Coevorden nam de steun voor de bisschop mogelijk af. Sommige inwoners van Oldeberkoop konden zelfs sympathie hebben ontwikkeld voor de Drentse zaak.

Familiebanden met de Drenten

Een belangrijke factor was waarschijnlijk de geografische positie van Oldeberkoop als grensdorp. In grensgebieden bestaan vaak nauwe contacten met de bevolking aan de andere kant van de grens. Dat gold waarschijnlijk ook hier. Boeren uit Oldeberkoop konden bijvoorbeeld met Drentse vrouwen getrouwd zijn, terwijl Drentse boeren zich bij de ontginningen in het gebied hadden aangesloten. Familiebanden en vriendschappen over de grens heen waren daardoor waarschijnlijk heel normaal. Voor inwoners van Oldeberkoop betekende een nieuwe oorlog tegen Drenthe dus mogelijk dat zij de boerderijen en landerijen van hun eigen familieleden en vrienden zouden moeten verwoesten. Dat kan tot grote spanningen binnen het dorp hebben geleid.

Passief verzet tegen de bisschop

Hoewel het leger van Friezen uit Kuunder en Lende (Linde) volgens de kroniek uit ruim 4000 mannen bestond, is dat aantal waarschijnlijk sterk overdreven. Op basis van latere bevolkingscijfers lijkt het aannemelijker dat er maximaal duizend strijders beschikbaar waren. Toch zou zelfs een kleiner leger geen moeite hebben gehad om een klein dorp als Oldeberkoop aan te vallen. Desondanks gebeurde er niets. Het leger voerde de opdracht van de bisschop simpelweg niet uit. Waarom dit gebeurde blijft onduidelijk. De tekst in de Narracio suggereert verschillende mogelijke oorzaken. Het enthousiasme voor de oorlog tegen Drenthe was waarschijnlijk sterk afgenomen. Veel Friezen hadden inmiddels gezien dat eerdere veldtochten weinig succes hadden gehad. Daarnaast kan er sympathie voor de Drenten zijn ontstaan. Ook de houding van Steenwijk tegen de bisschop kan invloed hebben gehad. Verder speelde mogelijk solidariteit tussen de dorpen van het gebied een rol. Oldeberkoop maakte deel uit van een netwerk van dorpen tussen Kuunder en Lende (Linde), waar waarschijnlijk al een vorm van regionale samenhang bestond.

Kleine bisschoppelijke troepenmacht

Er was waarschijnlijk sprake van verzet tegen de opdracht van bisschop Wilbrand. Dat verzet was waarschijnlijk niet openlijk of gewelddadig, maar eerder passief. Veel mannen kunnen eenvoudigweg thuis zijn gebleven en niet zijn opgekomen voor de heervaart. De dorpsoudsten waren mogelijk wel aanwezig, maar slechts met kleine groepjes vrijwilligers. Hierdoor kwam er waarschijnlijk maar een kleine troepenmacht bijeen. Met zo weinig manschappen was een aanval op Oldeberkoop niet haalbaar. Mogelijk hebben de leiders nog even gewacht in de hoop dat er meer mannen zouden komen, maar toen dat niet gebeurde werd het leger ontbonden.

Wat er precies is gebeurd, blijft onzeker.

Bisschop in de steek gelaten

De bronnen geven slechts een paar korte aanwijzingen en veel details moeten worden gereconstrueerd of blijven speculatief. Eén conclusie lijkt echter duidelijk: de Friezen uit het gebied tussen Kuunder en Lende (Linde) voerden de opdracht van bisschop Wilbrand niet uit. Zij vielen Oldeberkoop niet aan. Dit kan worden gezien als een vorm van passief verzet tegen het gezag van de bisschop. Daardoor vond de geplande aanval op Oldeberkoop nooit plaats. Dit is een belangrijk moment in de geschiedenis van Stellingwerf. Het laat zien dat lokale gemeenschappen in de middeleeuwen soms hun eigen keuzes maakten, zelfs wanneer die ingingen tegen het gezag van een machtige landsheer zoals de bisschop van Utrecht.