Direct naar de inhoud.

Tielse Kroniek

Kroniek uit 1450-1455

De Tielse Kroniek of Chronicon Tielense is een 16e-eeuwse bundeling van drie afzonderlijke (boek)werken uit de 15e en 16e eeuw, waarvan de oudste teksten dateren uit de periode 1450-1455. De boekwerken behandelen in het Latijn achtereenvolgens de tot dan toe bekende wereldgeschiedenis, de regionale geschiedenis, de Tielse geschiedenis van 1552-1566 en het Heilige Land. Het eerste bundeldeel van de kroniek is een uit zes delen bestaande, in het Latijn gestelde wereldgeschiedenis. Deze delen zijn geschreven door een anoniem gebleven auteur tussen 1450 en 1455. Het zesde deel is het omvangrijkste deel en bevat teksten over de bisschoppen van Utrecht, de graven van Holland en Gelre, en gebeurtenissen uit de Lage Landen. Het gebruik van de term Lage Landen in dit deel is opmerkelijk. Het is de oudst bekende vermelding van de naam voor het gebied waarvan later Nederland deel uit zou maken. De auteur is een van de eersten die de geschiedenis van de gebieden die later Nederland zouden vormen gebundeld op schrift heeft gezet. Een klein deel van de Chronicon Tielense werd in 1975 vertaald door de studenten Jan Kuys en Valentijn Paquay. Nadat hun werk bij het Tielse stadsarchief bekend raakte, kwam het verzoek de gehele Chronicon te vertalen. Tussen 1978 en 1982 hebben zij met Leontien de Leeuw en Remi van Schaïk dit werk voltooid.

Een andere dood voor Otto II van Lippe, bisschop van Utrecht

Paragraaf 286

Oorlog tussen Coevorden en Groningen

Quod bellum civile ortum est inter Egbertum prefectum Grueningensem & Rodolphum Castellanum Coevordie.
Anno Domini millesimo ducentesimo vicesimo quinto commissim est civile bellum inter Egbertum Prefectum Grüeningie, & Rodolphum castellanum Coevoerdie, Quapropter dominus Otto episcopus Trajectensis in manu forti Grueningiam perrexit, & pacificas treugas sub judicio mortis ab utraque parte servare precepit, sed Rodolphus recedente episcopo treugis infectis, castrum Egberti destruens & Grueningiam potenter introiens Egbertum ad Frisiam effugavit.

Over het ontstaan van een burgeroorlog tussen prefect Egbert van Groningen en burggraaf van Coevorden. In 1225 woedde er een burgeroorlog russen prefect Egbert van Groningen en burggraaf Rudolf van Coevorden. In verband daarmee rukte bisschop Otto van Utrecht met een gewapende macht op naar Groningen en beval beide partijen om zich op straffe van de dood aan een bestand te houden. Toen de bisschop zich had teruggetrokken, schond Rudolf echter het bestand, verwoestte het kasteel van Egbert, viel met geweld Groningen binnen en verdreef Egbert naar Friesland.

Paragraaf 288

Bisschop Otto gevangen genomen juli 1227
Quod episcopus Otto voluit proculpellere Rodolphum castellanum Coevordie, a quo Rodolpho episcopus interemptus est, & multi nobiles a Rodolpho capti funt. Anno Domini millesimo ducentesimo vicesimo septimo, Otto de Lippia, episcopus Trajectensis, Rodolphum de Coevordia a civitate sua Grueningia proculpellere, & castrum Coevordie potenter evellere cupiens, electum exercitum congregavit, Et, dictante sentencia principum, Rodolphun a bonis suis proscripsit, Rodolphus autem intelligens potencie episcopi non posse resistere, aufugir a civitate Grueningie ad castrum suum Coevordie, Et cum die altera, scilicet kalendas Augusti (1), Episcopus proponeret pergere ad Koevordiam, Exercitus episcopi quasi totus submersus est in locis paludinosis, Et ibidem ab exercitu Rodolphi perempti sunt, Et Otto episcopus in quodam loco palustri captus est, & ibidem per diversa tormenta dire peremptus est, nam coronam suam cum gladiis acutissimis abraserunt

Waarin bisschop Otto, Rudolf uit het kasteel van Coevorden wilde verdrijven en Rudolf de bisschop doodde en veel edelen door hem gevangen genomen werden. In 1227 wilde Otto van Lippe, bisschop van Utrecht, Rudolf van Coevor den uit zijn stad Groningen verdrijven en het kasteel Coevorden met geweld vernietigen. Hij verzamelde daartoe een eliteleger. Via een gerechtelijke uitspraak van de hoge edelen ontnam hij Rudolf zijn bezittingen. Rudolf die wel inzag dat hij de macht van de bisschop niet kon weerstaan, vluchtte vanuit de stad Groningen naar zijn kasteel Coevorden. Toen de bisschop de volgende dag, namelijk op de kalendae van augustus (1 augustus) aanstalten maakte naar Coevorden op te trekken, liep vrijwel heel zijn leger in het moerassige gebied vast en werd door het leger van Rudolf in de pan gehakt. Bisschop Otto werd in het moeras gevangen genomen en met behulp van allerlei foltertuig op een vreselijke manier om het leven gebracht: met zeer scherpe zwaarden vilden ze zijn kruin.


Paragraaf 290

Bisschop Wilbrand als wreker dood Otto II

Tricefimus quintus episcopus Trajectensis Willebrandus. Tricesimus quintus episcopus Trajectensis fuit Willebrandus de Aldenborch Padeburgensis episcopus, consanguineus Florencii comitis Hollandie & filius comitis de Aldenborch, Qui occiso Ottone episcopo ad supplicaciones Florencii comitis Hollandie & aliorum nobilium  tanquam ydoneus vindex Ottonis predicti Trajectensis effectus est episcopus, Quem Gregorius nonus de consilio fratrum suorum de Padeburno transtulit, & cum apostolica benedictione Trajectum adjecit. Hic vero episcopus pro tribunali, sedens, dictante sentencia principum, Gerardum comitem Gelrie & Dominum Amsterlandie cum ceteris captivis a captivitate Rodolphi Covordie absolutos esse judicavit, quum idem Rodolphus tamquam proscriptus grasfator & exlex suum verum dominum indigna morte dudum occidit.

Over Wilbrand, de vijfendertigste bisschop van Utrecht. De vijfendertigste bisschop van Utrecht was Wilbrand van Oldenburg, bisschop van Paderborn, bloedverwant van graaf Floris van Holland en zoon van de graaf van Oldenburg. na de moord op bisschop Otto is hij op verzoek van graaf Floris van Holland en andere edelen als een geschikt wreker van Otto van Utrecht tot bisschop benoemd. Gregorius IX plaatste hem vanuit zijn broedergemeenschap over van Paderborn naar Utrecht en gaf hem zijn apostolische zegen mee. Deze bisschop nu zat het tribunaal voor en oordeelde krachtens vonnis van de hoge edelen dat graaf Gerard van Gelre en de heer van Amstel met de anderen die door Rudolf van Coevorden gevangen genomen waren, vrij gelaten moesten worden, omdat deze Rudolf als balling, rover en vogelvrij verklaarde onlangs zijn ware heer een onwaardige dood had laten sterven.

Paragraaf 291

Vredesonderhandelingen en radbraken Rudolf

Quod Rodolphus de Koevorden rotatus est. Anno Domini millesimo ducentesimo vicesimo octavo, Rodolphus de Koevorden cum Henrico de Ravensdorp, optentis quindecim dierum treugis, adiit castellum Hardenborch, & de composicio. Ne pacis cum episcopo tractare cepit, sed castrenses cos contra voluntatem episcopi ceperunt & rotatos in slipitibus exaltarunt.

Waarin Rudolf van Coevorden geradbraakt werd. In 1228 kwam Rudolf van Coevorden met Hendrik van Ravensdorf tijdens een vijftiendaags bestand naar het kasteel Hardenberg en begon met de bisschop over een vredesverdrag te onderhandelen. De kasteelbezetting echter nam hen tegen de wil van de bisschop gevangen, radbraakte hen en stak ze op palen.

Paragraaf 297

Bestuur en dood bisschop Wilbrand van Oldenburg

De obitu Willibrandi episcopi Trajectensis. Anno Domini millesimo ducentesimo tricesimo secundo, septimo kalendas Augusti Willibrandus episcopus Trajectensis apud Zwollis migravit ad Dominum, postquam octo annis strenue rexisset episcopatum. Hic tamquam strenuus vindex Coevordenses & Drentones subjugavit, Et tribus milibus marcarum gravium ab eis expensis acceptis veniam tribuit, Et pro emenda.

Over de dood van bisschop Wilbrand van Utrecht. Zes dagen vóór de kalendae van augustus (26 juli) 1232 overleed bisschop Wilbrand van Utrecht te Zwolle in de Heer. Acht jaar had hij het bisdom krachtdadig bestuurd. Hij onderwierp als een geducht wreker de Coevordenaren en Drenthen en schonk hun vergiffenis, na betaling en ontvangst van 3000 zware marken en als boetedoening.

Paragraaf 298

Stichting Zwartewatersklooster

De fundacione claustri Sanctimonialium in Zwertenwater. Pro emenda occisorum & submersorum cum domino episcopo Ottone de Lippia dudum a Rodolpho de Koevorden cum suis complicibus interemptorum Claustrum Sanctimonialium in Zwertenwater a Drentonibus & Koevordensibus fundatum & dotatum est. Iste Wilbrandus episcopus Trajectensis in monasterio Sancti Servacii in Trajectolsepultus est, Nam ad ejusdem ecclesie fundamentum primum lapidem jecit & monasterium predictum super exstruxit.

Over de stichting van een nonnenklooster in Zwartewater. Als boetedoening voor hen die met bisschop Otto van Lippe waren gesneuveld of omgekomen en vroeger door Rudolf van Coevorden en zijn handlangers de dood waren ingejaagd, is door de Drenthen en Coevordenaren in Zwartewater een nonnenklooster gesticht en begiftigd met goederenbezit. Bisschop Wilbrand van Utrecht is te Utrecht in het Servaasklooster begraven, omdat hij de eerste steen voor het fundament ervan legde en het betreffende klooster liet opbouwen.

(bron: Kuys, J., L. de Leeuw, V. Paquay en R. van Schaïk, ‘De Tielse kroniek. Een geschiedenis van de Lage Landen van de Volksverhuizingen tot het midden van de vijftiende eeuw, met een vervolg over de jaren 1552-1566’, Amsterdam, 1983)

(bron: Archieven van het stadsbestuur van Tiel en dorpsbestuur van Zandwijk 1352-1812 (1858), toegang 0001, inv.nr. 1870, Regionaal Archief Rivierenland, Tiel)