Groningen

De Sint-Walburgkerk
Als je over het Martinikerkhof in Groningen loopt, is er nauwelijks iets wat doe denken aan de resten die daar onder de grond lagen en liggen. De meeste mensen denken dat het een kerkhof is. Dat hier een tweede kerk heeft gestaan, direct naast de Martinikerk, dat weten maar weinigen. Alleen de straatnaam Sint Walburgstraat herinnert nog aan de aanwezigheid van deze tweede kerk: de Sint Walburg. Hij lag midden op het Martinikerkhof en was voor zijn tijd verrassend groot.
Sint-Walburgkerk: bouw, onderzoek en betekenis
Oorsprong en datering
De Sint-Walburgkerk zou tussen 1100 en 1112 zijn gebouwd. Lange tijd werd aangenomen dat de Sint-Walburgkerk de oudste stenen kerk van Groningen was. Daarbij werd een verband gelegd tussen Walburga, die als schutspatrones tegen de Vikingen bekendstond, en de bescherming die de kerk de inwoners van de stad bood. In 1921 schreef C.H. Peters nog dat de kerk uit de tiende eeuw stamde en het oudste stenen gebouw in de stad was. Albert van Giffen, die in de jaren vijftig onderzoek naar de ligging van de kerk heeft gedaan, dateerde de bouw op de periode 1046-1054. Recenter onderzoek, met name naar de resten van een eerdere houten kerk ter plaatse uit het laatste kwart van de elfde eeuw, wijst echter op een latere bouw; daarmee is de Martinikerk waarschijnlijk ouder.
Bouw en architectuur
In het begin van de twintigste eeuw werd besloten de Walburgkerk op te graven. De conclusie was dat de Sint-Walburg in tufsteen gebouwd was als een centraalkerk met een rotonde met een tienzijdige kern en een twintigzijdige omgang. In het oosten bevond zich een kort, rechthoekig koor, dat later werd vergroot. In een eerste bouwfase waren de rotonde en het koor waarschijnlijk niet overwelfd, maar voorzien van een houten zoldering. In een tweede bouwfase werd boven de rotonde een overwelving aangebracht, waarvoor onder meer steunberen tegen alle hoeken van de buitenmuren werden geplaatst.
Crypte en relikwieën
Het koor was waarschijnlijk al vanaf de eerste bouwfase verhoogd. Volgens de overlevering zou dit via twaalf treden toegankelijk zijn en zouden zich in de crypte eronder de relikwieën van Walburga bevinden. Deze crypte bevond zich niet in een kelder, maar onder het koor, gelijkvloers met de rotonde. De zware fundering maakte het onmogelijk om een verdiepte crypte aan te leggen.
Houten voorganger
De grootste verrassingen leverden de grondsporen onder de tufstenen kerk op. Het houten gebouw onder de vloer van de Sint-Walburg is een drieschepig gebouw met de afmetingen van circa 12 x 10 meter. In enkele paalkuilen was het hout bewaard gebleven. Dit hout is gedateerd met C14-dateringen, waaruit blijkt dat dit gebouw pas na 1070 moet zijn gebouwd. Dat betekent dat het maar kort in gebruik kan zijn geweest, aangezien in het begin van de twaalfde eeuw de tufstenen Sint-Walburg verrees op dezelfde locatie. Tijdens de opgraving zijn ook aanwijzingen gevonden voor de afbraak van het houten gebouw dat plaats moest maken voor de bouw van de kerk.
Gebruik en historische context
Tegenwoordig wordt aangenomen dat de kerk is gebouwd als bisschoppelijke kapel op grond van de bisschop van Utrecht. De bouw zou hebben plaatsgevonden tussen 1100 en 1112. Opdrachtgever zou bisschop Burchard geweest zijn. Bij opgravingen zijn ook resten gevonden van een waarschijnlijk negende-eeuwse boerderij, die dan een tijdgenoot moet hebben gevormd van de negende-eeuwse houten voorganger van de Martinikerk en waarbij zich ook een roedenberg bevond. Verder wijzen paalkuilen onder ploegvoren daaronder erop dat er ook tijdens de Romeinse periode een boerderij moet hebben gestaan. Tussentijds zou de grond dan in gebruik zijn geweest als landbouwgrond.
Middeleeuwse beeldvorming
Hoewel naar huidig inzicht de Sint-Walburg waarschijnlijk een bisschoppelijke kapel is geweest, dachten de stadjers in de dertiende eeuw daar anders over. In de Narracio komt de kerk voor als twistappel tussen de inwoners van de stad en de vertegenwoordiger van de bisschop. De stadjers claimden de kerk en stelden dat zij deze zelf hadden gebouwd in hun strijd tegen de Noormannen.
Van kerkburcht tot parochiekerk
De kerk is een van de oudste stenen gebouwen in de stad geweest. Als kerkburcht heeft het ook een grote, maar slecht gedocumenteerde rol in de geschiedenis van de stad gespeeld. In 1139 werd de kerk bijvoorbeeld door gewapende burgers bezet en was bisschop Hartbert van Bierum gedwongen deze met geweld te beëindigen. In 1189 zouden de Groningse opstandelingen het dak hebben afgebroken van de kerk in hun strijd tegen de bisschop. Izaak Gosses veronderstelde dat de kerk een vergelijkbare functie heeft gehad als de Burcht voor Leiden. De prefect zag hij als burggraaf, waarbij de kerk weliswaar geen burcht was, maar wel deels die functie had. De kerk is nooit een zelfstandige parochiekerk geworden, maar was steeds verbonden met de Martinikerk. Toen de Martini verheven werd tot kathedraal van het opgerichte bisdom Groningen kreeg de Walburg de functie van parochiekerk.

Afbeeldingen en plattegrond
De kerk wordt in haar latere vorm afgebeeld op oude stadsplattegronden. Overgeleverde tekeningen van de kerk dateren echter allemaal van na de afbraak. Het onderzoek van Van Giffen heeft wel een duidelijk beeld van de plattegrond opgeleverd, die overeenkomen met de afbeelding zoals op de stadsplattegrond is te zien. De kerk bestond uit een rond (twintigzijdig) middengedeelte met aan de westzijde een rechthoekige toren. Aan de oostzijde was een kort, rechthoekig koor dat tijdens de late gotiek is uitgebouwd. De totale afmetingen bedroegen 46 meter in de lengte bij 30,6 in de breedte.


Het verval van de kerk
Het verval van de Sint-Walburgkerk begon in 1594 toen de stad belegerd werd door Maurits van Oranje. Tijdens die belegering werd de loden dakbedekking gebruikt voor de productie van kogels. In 1611 werd het ronde middengedeelte gesloopt, in 1616 gevolgd door de toren. Het restant werd vervolgens in 1627 gesloopt. De Nieuwe Kerk, die in de kort daarna plaatsvindende stadsuitbreiding werd gebouwd, werd oorspronkelijk aangeduid met nieuwe Walburgkerk.
