Slag bij Ane

Heraldisch wapen op pommelkroon
Unieke vondst in relatie tot de Slag bij Ane
Een bronzen pommelkroon die Jurrien Toenhake – lid van de het metaaldetectorteam van onze stichting – rond 1990 met een metaaldetector in de omgeving van Hardenberg vond, blijkt van uitzonderlijke archeologische betekenis te zijn: Pommelkroon Slag bij Ane. Het voorwerp lag jarenlang ongeïdentificeerd thuis, totdat een metaaldetectorverkoper het herkende als een pommel of pommelkroon: het contragewicht aan het uiteinde van de greep van een middeleeuwse dolk. Dergelijke vondsten zijn in Nederland uiterst zeldzaam. Onderzoek door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het Rijkserfgoedlaboratorium bracht nieuwe inzichten. Met behulp van een CT-scan en elektronenmicroscopisch onderzoek werd vastgesteld dat de pommel oorspronkelijk waarschijnlijk was vertind, waardoor de dolk een zilverachtige uitstraling kreeg. Analyse van het emaille dateert het object in de late twaalfde of vroege dertiende eeuw, waardoor een verband met de Slag bij Ane (1227) zeer aannemelijk is. Volgens archeoloog Jan van Doesburg past de rijk versierde pommel bij de uitrusting van een ridder uit de hoogste elite.
Heraldische wapens van een familie en kruisridders
De pommel is klein, aan beide zijden afgeplat en voorzien van geëmailleerde decoraties. Op de ene zijde staat een rood kruis met witte druppelvormige vlakken, op de andere een wapenschild met een wit schild en een blauw bovenvlak, omgeven door groen email. Resten van de ijzeren angel en een sleufvormige opening tonen aan dat de pommel op de greep van een dolk was bevestigd. Op grond van vorm en afmetingen wordt aangenomen dat het onderdeel was van een quillon-dolk of knightly dagger, een klein zijdelings wapen dat in de hoge middeleeuwen vaak samen met een bijpassend zwaard werd gedragen. Hoewel de exacte vindplaats niet is vastgelegd, vormt de pommel een uitzonderlijk en mogelijk direct aan de Slag bij Ane gerelateerd stuk middeleeuws bewapeningsmateriaal.
Heraldische omschrijving heraldisch wapen
Het schild is in zilver met een blauw schildhoofd. Het helmteken betreft een ezelsromp van zilver en blauw van boven.
Een archeologische vondst wijst op deelname van een ridder Van Bernsau
Pommelkroon uit omgeving Hardenberg
Overeenkomsten met pommel van Pierre de Dreux
De pommel heeft sterke overeenkomsten met een exemplaar uit de collectie van het het Metropolitan Museum. Deze wijkt qua vorm duidelijk af van de overige en is van uitzonderlijk belang omdat zij mogelijk het beste voorbeeld vormt van een dertiende-eeuwse pommel met kruisvaardersheraldiek. Deze zwaardpommel is versierd met champlevé-email waarin het wapen is afgebeeld van Pierre de Dreux, bijgenaamd Mauclerc (1191–1250), hertog van Bretagne en graaf van Richmond. Tijdens de Slag bij al-Mansoera in Egypte op 8 februari 1250, tijdens de Zevende Kruistocht, werd hij samen met koning Lodewijk IX van Frankrijk en verschillende andere vooraanstaande edelen gevangen genomen. De pommel bestaat vrijwel geheel uit koper. Sporen van goud en kwik wijzen erop dat zij oorspronkelijk volledig verguld was, behalve op de geëmailleerde delen. Beide pommels zijn vervaardigd in email. Emailleren is een techniek waarbij poeders, samengesteld uit glas en kleurstoffen, op een ondergrond van bijvoorbeeld koper of zilver worden gesmolten. Het resultaat is bijzonder duurzaam. Er worden twee technieken onderscheiden.Bij champlevé worden de te emailleren lijnen, figuren en vlakken met een burijn of steker in het metalen oppervlak uitgediept. De ontstane uitsparingen worden vervolgens gevuld met emailpoeder in verschillende kleuren. Bij cloisonné worden dunne, platgewalste metaaldraden op een metalen ondergrond bevestigd, zodat afzonderlijke motieven, figuren en compartimenten ontstaan. De tussenruimten worden vervolgens gevuld met emailpoeder in verschillende kleuren. Belangrijke centra voor deze kunstvorm in de middeleeuwen waren de Franse stad Limoges en het prinsbisdom Luik en omgeving (Maaslandse kunst). In beide centra werkte men volgens de champlevé techniek. Champlevéwerk van de hoogste kwaliteit werd echter vervaardigd in het Maasland. De Maaslandse kunst floreerde tussen 1100 en 1300. Deze techniek is ook gebruikt om de voorstellingen op beide pommels te maken.
Onderzoek Klaas Padberg Evenboer a.i.h.
Klaas Padberg Evenboer is een Nederlandse heraldicus, genealoog en onafhankelijk historicus, gespecialiseerd in de heraldiek, zegelkunde en riddercultuur van de middeleeuwen. Hij is van oorsprong pedagoog en docent, maar geniet vooral bekendheid door zijn onderzoek naar middeleeuwse wapens, toernooien, wapenboeken en adellijke families in de Nederlanden en het aangrenzende Duitse Rijnland en Westfalen. Hij is Associate Member van de Académie Internationale d’Héraldique. Verder actief binnen het Nederlands Genootschap voor Heraldiek als redacteur van het tijdschrift Blazoen en voorzitter van het College van Herauten. Padberg Evenboer heeft in 2026 een heraldische analyse gemaakt van de geëmailleerde pommel van de ridderdolk die in het onderzoeksgebied van de Slag bij Ane is gevonden. Hij onderzocht daarbij de iconografie van het wapen op de pommel en probeerde de eigenaar te identificeren door vergelijking met middeleeuwse wapens en adellijke geslachten uit het Rijnland en Westfalen. Alles wijst op een lid van de familie van Bernsau die met de Vijfde Kruistocht (1217-1221) had meegedaan, en daardoor beschikte over de nodige strijdervaring. Mogelijk was de oorspronkelijk eigenaar Adolf I van Bernsau de Oudere, vader van de broers Adolf II, Dirk en Heinrich. Voor de drager van de dolk tijdens de Slag bij Ane komt zoon Heinrich van Bernsau in aanmerking, die in 1229 als vazal van de Keulse aartsbisschop Heinrich wordt vermeld. Bekend is dat tijdens de Slag bij Ane in 1227 de aartsbisschop van Keulen zoveel bewapende mannen stuurde als de Utrechtse bisschop Otto hem had verzocht. Het was waarschijnlijk niet zijn broer Adolf II van Bernsau, die mogelijk rond 1225 is overleden. Hij wordt samen met zijn broers Diedrich en Heinrich in oorkonden vermeldt in 1218, 1222 en 1224, maar verdwijnt daarna uit de overgeleverde bronnen. Broer Diedrich was oorspronkelijk ridder en ministeriaal van Berg en Keulen, maar werd waarschijnlijk al vóór 1225 geestelijke en zal geen dolk hebben gedragen.
De familie Van Bernsau
Ministerialen van de graven Van Berg
De familie Van Bernsau was een vooraanstaand ministerialengeslacht van de graven van Berg. De relatie tussen de graven van Berg en de familie Van Bernsau was in de twaalfde en dertiende eeuw in de eerste plaats een leenrechtelijke en militaire, niet een aantoonbare bloedverwantschap. De Burg Bernsau (ook Großbernsau of Neu-Bernsau) ligt bij de plaats Overath in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen, ongeveer twintig kilometer ten oosten van Keulen. Het betreft de ruïne van een middeleeuwse waterburcht in het dal van de rivier de Agger. De huidige ruïne dateert uit de veertiende eeuw en werd gebouwd als nieuwe residentie van de ridderfamilie Van Bernsau. Het oorspronkelijke stamgoed van de familie lag bij Alt-Bernsau, een oudere versterkte locatie iets oostelijker in een bocht van de Agger. Pas in de veertiende eeuw werd de nieuwe burcht Grossbernsau gebouwd. De Van Bernsaus behoorden tot de belangrijkste ministerialen (onvrije maar adellijke dienstlieden) van de graven van Berg en later ook van de aartsbisschoppen van Keulen. Vanaf de tweede helft van de 12e eeuw traden zij op als leenmannen van de graven van Berg, militaire vazallen, beheerders van grafelijke goederen en getuigen bij grafelijke oorkonden. Zij behoorden daarmee tot dezelfde kring van vooraanstaande ridderfamilies als onder meer de heren van Nesselrode, Landsberg en Gimborn.
Drie broers De Bernsowe
In een oorkonde uit 1218 worden de broers Adolphus de Bernsowe, Theodericus (Dirk) de Bernsowe, Henricus de Bernsowe en neef Remboldus de Bernsowe genoemd in het gevolg van graaf Adolf III van Berg tijdens de Vijfde Kruistocht naar Damietta. Graaf Adolf III van Berg, broer van aartsbisschop Engelbert van Keulen, nam in 1215 het kruis op . Hij verschijnt voor Damiate als ‘hoofd en rechter van de Duitsers en Friezen’ (caput et judex Teutonicorum et Frisiorum) en vaardigt daar op 15 juni 1218 een oorkonde uit ten behoeve van de Duitse Orde. Als getuigen tekenen onder anderen graaf Adolf van Dassel, Herman van Elsloo , Dirk van Herlaar, Rembod van Orsbeck, Albert van Hörde, Sweder van Dingden, Herman van Alfter, de broers Adolf en Heinrich van Bernsau, hun neef Rembod van Bernsau, Gerhard van Opladen, Bruno van Holte en Heinrich Flecke. De ridders Van Bernsau behoren daarmee tot dezelfde kring van Bergse edelen die enkele jaren later ook betrokken was bij de strijd in Noord-Nederland. Dat maakt de familie Bernsau een plausibele kandidaat voor deelname aan de veldtocht van bisschop Otto II van Lippe in 1227, al is daarvoor vooralsnog geen directe bron gevonden. Na de dood van Adolf III van Berg in 1218 bleef de familie Van Bernsau trouw aan diens broer Engelbert I van Berg. Henricus van Bernsau wordt in 1229 vermeld in diens gevolg. Dat is logisch, omdat Engelbert naast aartsbisschop ook feitelijk het bestuur van het graafschap Berg uitoefende totdat zijn nicht Irmgard en haar echtgenoot Hendrik van Limburg het graafschap overnamen.
Graaf Adolf III van Berg (1175-1218)
Basis voor machtspositie familie Van Berg
Graaf Adolf III van Berg was van ongeveer 1190 tot 1218 graaf van Berg, een strategisch belangrijk graafschap in het huidige Bergisches Land ten oosten van Keulen. Hij geldt als een van de belangrijkste graven uit het huis Berg en legde de basis voor de latere machtspositie van zijn jongere broer, Engelbert van Berg. Adolf III was de oudste zoon van graaf Engelbert I de Monte (of van Berg) en Margaretha van Gelre. Zijn familie behoorde tot de invloedrijkste adellijke geslachten in het Rijnland. Hij had meerdere broers, onder wie Engelbert van Berg, later aartsbisschop van Keulen en rijksregent. Andere verwanten bekleedden eveneens hoge kerkelijke en wereldlijke functies, waardoor de familie een uitzonderlijk machtsnetwerk opbouwde.
Deelname aan verschillende oorlogen
Adolf leefde tijdens de Duitse troonstrijd tussen de Welfen en de Staufen. Hij wisselde, net als veel vorsten uit zijn tijd, enkele malen van kamp. Aanvankelijk steunde hij koning Otto IV. Later koos hij de zijde van Filips van Zwaben en uiteindelijk schaarde hij zich achter keizer Frederik II. Deze koerswijzigingen waren vooral bedoeld om de belangen van het graafschap Berg veilig te stellen. Adolf wist daardoor zijn territorium en zijn rechten aanzienlijk uit te breiden. Adolf nam deel aan verschillende kruistochten. Rond 1212 vocht hij tijdens de kruistocht tegen de Albigenzen in Zuid-Frankrijk en in 1217–1218 vertrok hij naar Egypte voor de Vijfde Kruistocht. Tijdens het beleg van Damietta overleed hij op 7 augustus 1218, waarschijnlijk door ziekte, kort voordat de stad werd ingenomen. Adolf had geen mannelijke erfgenaam. Zijn enige bekende kind was Irmgard van Berg, die trouwde met Hendrik IV van Limburg. Omdat Irmgard nog jong was, nam haar oom Engelbert het bestuur van Berg waar. Toen Engelbert in 1225 werd vermoord, ging het graafschap uiteindelijk over op Irmgard en haar echtgenoot, waarmee het huis Limburg de graven van Berg opvolgde.
Overleden vóór de Slag bij Ane
Voor het onderzoek naar de Slag bij Ane is Adolf III een belangrijke figuur, hoewel hij al negen jaar vóór de slag overleed. Zijn betekenis ligt vooral in het feit dat zijn broer Engelbert van Berg vanaf 1218 het bestuur van Berg op zich na. Engelbert werd in 1225 vermoord, wat leidde tot een machtsverschuiving in het Rijnland. Veel riddergeslachten die onder Adolf III en Engelbert dienden – zoals de heren van Berg, Altena, Mark en aanverwante Westfaalse en Rijnlandse families – waren later ook betrokken bij de veldtocht van bisschop Otto II van Lippe tegen Drenthe in 1227. Daarom vormt Adolf III een belangrijke schakel in het netwerk van Rijnlandse adel waaruit een deel van de ridders bij Ane afkomstig was.
Engelbert II van Berg (1185-1225)
Een machtig geestelijk en wereldlijk vorst
Engelbert II van Berg (ook bekend als Engelbert van Keulen of Sint Engelbert) was een van de machtigste geestelijke en wereldlijke vorsten van het Heilige Roomse Rijk in het begin van de 13e eeuw. Hij speelde een belangrijke rol in de politiek van het Rijnland, Westfalen en de Noord-Duitse gebieden. Voor het onderzoek naar de Slag bij Ane (1227) is hij bovendien van belang, omdat zijn dood in 1225 een belangrijke machtswisseling in het aartsbisdom Keulen veroorzaakte. Engelbert werd rond 1185 geboren als zoon van graaf Engelbert I van Berg en Margaretha van Gelre. De graven van Berg waren een van de invloedrijkste adellijke families langs de Nederrijn. Hij was al op jonge leeftijd bestemd voor een kerkelijke loopbaan en werd kanunnik en proost van verschillende belangrijke kapittels, waaronder Keulen, Deventer, Zutphen en Aken.
Aartsbisschop van Keulen
In 1216 werd hij tot aartsbisschop van Keulen gekozen. Twee jaar later erfde hij bovendien de titel van graaf van Berg, waardoor hij zowel kerkelijk als wereldlijk vorst werd. Hij wist zijn macht sterk uit te breiden door het versterken van de landsheerlijke macht van het keurvorstendom Keulen, de aanleg en versterking van burchten, de stichting van steden, het terugdringen van de zelfstandigheid van Westfaalse edelen en het verwerven van voogdijrechten over kloosters en abdijen. Keizer Frederik II verbleef grotendeels in Italië. Daardoor werd Engelbert één van diens belangrijkste vertegenwoordigers ten noorden van de Alpen. Hij trad op als rijksbestuurder (Reichsverweser) en speelde een centrale rol bij het handhaven van de rijksvrede, rechtspraak, bescherming van minderjarige vorsten en bemiddeling tussen rivaliserende edelen. Hij was tevens voogd van de jonge koning Hendrik (VII), de zoon van Frederik II. Hierdoor bezat hij een uitzonderlijk grote politieke invloed. Zijn tijdgenoten hadden een dubbel beeld van hem. Enerzijds bevorderde hij kerkelijke hervormingen, beschermde hij kloosters, steunde hij de cisterciënzers en verbeterde hij het bestuur van het aartsbisdom. Anderzijds voerde hij een harde machtspolitiek, schuwde militaire middelen niet en kwam hij regelmatig in conflict met regionale edelen. De kroniekschrijver Caesarius van Heisterbach schreef zelfs dat Engelbert “eerder een uitstekend hertog dan een bisschop” was.
Vermoord door zijn eigen familie 1225
Op 7 november 1225 werd Engelbert tijdens de terugreis van een hofdag in Soest in een holle weg bij Gevelsberg overvallen. De aanval werd geleid door zijn neef Frederik II van Isenberg. Waarschijnlijk was het oorspronkelijke plan hem gevangen te nemen, maar tijdens de aanval werd Engelbert met tientallen mes- en zwaardsteken gedood. De aanleiding was een langdurig conflict over de voogdij van de rijke abdij van Essen en bredere spanningen met de Westfaalse adel. Frederik van Isenberg werd een jaar later gevangengenomen en in Keulen ter dood gebracht. Na zijn dood werd Engelbert vrijwel onmiddellijk als martelaar vereerd. Hoewel nooit een formele pauselijke heiligverklaring plaatsvond volgens de latere procedures, werd zijn cultus al snel algemeen erkend. Hij staat daarom bekend als Sint Engelbert. Zijn relieken worden bewaard in de Dom van Keulen.
Hendrik I van Limburg (1200-1246)
De opvolger van Engelbert II van Berg als heer (graaf) van Berg was zijn nicht Irmgard van Berg, maar de feitelijke machtsuitoefening kwam in handen van haar echtgenoot, Hendrik IV van Müllenark of van Limburg, waardoor de huizen Limburg en Berg werden verenigd. Hij was van 1225 tot en met 1238 heer van Berg. Geen van de bekende kronieken – zoals de Narracio, de Annales Stadenses of de Annales Colonienses – noemt Hendrik IV persoonlijk als deelnemer. Dat is opvallend, want een regerend graaf of hertog zou waarschijnlijk expliciet zijn vermeld. Daarom gaan de meeste historici ervan uit dat Hendrik IV zelf waarschijnlijk niet aanwezig was, maar wel verschillende ridders en ministerialen uit het Bergse machtsgebied of uit zijn netwerk aan de veldtocht deelnamen. Hoewel Hendrik IV niet met zekerheid als deelnemer aan de Slag bij Ane kan worden aangetoond, had hij wel een duidelijke politieke en dynastieke band met de expeditie van bisschop Otto II van Lippe. Enerzijds vanuit familiebanden: Hendrik IV was door zijn huwelijk heer van Berg geworden. Daarmee erfde hij de nauwe politieke relaties die de graven van Berg al decennialang met het aartsbisdom Keulen onderhielden. Engelbert II had bovendien vóór zijn dood intensief samengewerkt met Otto II van Lippe en met keizer Frederik II. Verder maakte Hendrik IV deel uit van Rijnlandse riddernetwerken. De expeditie naar Drenthe in 1227 bestond niet alleen uit ministerialen van de bisschop van Utrecht, maar ook uit ridders uit het Rijnland en Westfalen. Onder hen bevonden zich aantoonbaar leden van families uit Berg, Mark, Altena, Limburg, Kleef, Gelre, Bentheim, Tecklenburg, en verschillende Keulse ministerialengeslachten. Politiek betekende betekende een overwinning van Otto II een versterking van een bondgenoot binnen het keizerlijke machtsblok. Een nederlaag van de bisschop van Utrecht – zoals bij Ane gebeurde – verzwakte juist de positie van de Rijnlandse vorsten die de Staufische politiek ondersteunden.
Vermoedelijke route van de Bergse ridders
Indien ridders uit Berg deelnamen aan de expeditie van bisschop Otto II van Lippe, is een logische marsroute: Burg Bernsau (Overath). Verzamelen bij Schloss Burg, de residentie van de graven van Berg. Via Duisburg of Wesel de Rijn oversteken. Noordoostwaarts via Bocholt. Naar Anholt en Doetinchem. Via Zutphen naar Deventer. Langs de IJssel naar Hardenberg. Vervolgens naar Coevorden en het slagveld bij Ane. Deze route volgt grotendeels de belangrijkste middeleeuwse handels- en heerwegen en vermijdt de grote moerasgebieden van het Münsterland en Noordoost-Nederland. De afstand bedraagt ongeveer 260–280 km, wat neerkomt op circa tien tot veertien marsdagen voor een ridderleger.

Koninklijke nazaten
De dolk met pommelkroon blijkt toe te behoren aan één van de voorvaderen van maar liefst drie koninklijke families in Europa. Drie royals stammen af van Adolf I van Bernsau de Oudere, de vader van de broers Adolf II, Dietrich en Heinrich van Bernsau. Het gaat om de huidige koning van Spanje, Felipe VI Juan Pablo Alfonso de Todos Ios Sants de Borbón y de Grecia, de huidige koning van Engeland, Charles III Philip Arthur George Windsor, en de huidige koning van Nederland, Willem-Alexander Claus George Ferdinand van Oranje-Nassau. De afstamming loopt met name veel via vrouwelijke voorouders. Voor de koningen Felipe en Charles verloopt dat via de voorouders Van Bernsau, Spiegel zum Desenberg, Von Padberg, Von Papenheim, Von der Malsburg, Von Calenberg, Von Dornberg, Von Riedesel zu Eisenbach, Von Haucke en Von Battenberg. Koning Charles III van Engeland en koning Felipe VI van Spanje stammen beide af van Alexander Ludwig Georg Friedrich Emil prins von Hessen und Bei Rhein, de stichter van het huis Von Battenberg. Hij was gehuwd met Julie Therese Salomea gravin von Haucke, uit wiens voorvaderen de dolk met pommel stamde. Koning Charles III is een achterachterkleinzoon van het echtpaar Von Hessen/Battenberg en Von Haucke. Zijn vader was Philip Mountbatten, wiens familienaam in het Engels werd omgezet en die oorspronkelijk Von Battenberg heette. Koning Felipe VI is een achterachterachterkleinzoon. Voor koning Willem-Alexander verloopt het voorgeslacht iets anders. Hij deelt met Charles III en Felipe VI zijn voorvader Von Dornberg, maar daarna gaat de lijn verder via Von Gilsa, Von Urff, Von Buttlar-Elberberg, Von Vincke, Von Sierstorpf-Driburg en Von Cramm. De laatste betreft voormoeder Armgard Kunigunde Alharda Agnes Oda von Cramm, die trouwde met Bernhard Kasimir prins zu Lippe-Biesterfeld. Zij zijn de ouders van prins Bernhard zu Lippe-Biesterfeld, die met koning Juliana trouwde, en de grootouders van koning Willem-Alexander.


Meer royalty en de Rode Baron
Diverse koningshuizen in Europa zijn verbonden
Gaan we verder terug in de lijn van de voorvaderen en kijken naar het echtpaar Burghard von Papenheim en Hillegund von Padberg, dan blijken nog een aanzienlijk aantal royals tot de nakomelingen te behoren: koning Philippe van België, groothertog Guillaume V van Luxemburg, koning Frederik X van Denemarken, koning Carl XVI Gustaf van Zweden en koning Harald V van Noorwegen.
WOI-oorlogsvlieger Manfred von Richthofen, de Rode Baron
Maar ook de beroemde oorlogsvlieger ‘de Rode Baron’ of Manfred Albrecht Freiherr von Richthofen (1892-1918) was een nakomeling van Adolf I van Bernsaud. Hij stamde ook af van Von Padberg en Von Papenheim, waarna zijn afstamming als volgt verliep: Von Westfalen, Von der Asseburg, Von Saldern, Von Veltheim, Von Bulow, Von Beerenhorst en Von Richthofen. De Rode Baron was een Duits gevechtspiloot tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij werd tijdens de Slag om Ypres (Frankrijk) op 21 april 1918 in de buurt van Vaux-sur-Somme neergeschoten en kwam om het leven. Zijn bijnaam kreeg hij doordat hij een Freiherr (baron) was en zijn vliegtuig rood had geverfd. Hij had geen nageslacht.
(Bron: o.a. informatie van Klaas Padberg Evenboer a.i.h. te Ermelo)
