Direct naar de inhoud.

Drenthe

Slag bij Holthone

Tien locaties slagveld in beeld

Er zijn weinig slagvelden waarbij tientallen jaren is gediscussieerd over de exacte locatie van het slagveld. Dat is wel het geval voor de Slag bij Ane. Bijna tien locaties zijn in de loop van de afgelopen decennia aangegeven als de juiste plek van het slagveld, die variëren van locaties direct ten noorden van Ane, tot locaties ten zuiden van de Holthoneres en locaties tussen de Holthoneres en de huidige Coevorder buurtschap Klooster.

De meningen zijn sterk verdeeld over de exacte plek

Waar troffen de legers elkaar

Het is goed te beseffen dat deze slag niet volgens de regels van een middeleeuws krijgstoneel is gevoerd. De Drenten – die een aanzienlijk kleiner en minder getraind leger hebben dan de bisschop – moeten gebruik maken van de mogelijkheden die ze hebben. Het landschap speelt daarin een cruciale rol. En de wijze van het voeren van een strijd is niet die van een ridderstrijd, maar wordt een guerilla-oorlog genoemd. Dus nadat het ridderleger van de bisschop aanvankelijk in slagorde is opgesteld en tot de aanval overging, wordt de ondergrond zacht onder voeten en volgt een catastrofe. In paniek vluchten de ridders en hun manschappen alle kanten op en valt een slagveld uiteen. Over een groot terrein vindt strijd plaats tussen het letterlijk zwaar bewapende bisschoppelijke leger en de Drenten. De zoektocht naar de locatie van het slagveld concentreert zich op de plek waar de legers in het begin tegenover elkaar stonden en de directe omgeving toen het bisschoppelijke leger in paniek op de vlucht ging.

Treffen in een moerassig veenlandschap

Volgens de Narracio stelde Rudolf van Coevorden zich dicht bij Coevorden op, gescheiden van het bisschoppelijke leger door een moerassige vlakte van een halve mijl breed. De precieze afstand die met een halve mijl wordt bedoeld, is niet met zekerheid vast te stellen. In de dertiende eeuw bestond nog geen gestandaardiseerde lengtemaat. Strategisch gezien is de positie van Rudolf logisch. Als bevelhebber die rekening moest houden met een nederlaag met daarna een belegering van Coevorden, was nabijheid tot de burcht een verstandige keuze. In geval van nood kon hij zich terugtrekken binnen de verdedigingswerken van het kasteel. Aangenomen mag worden dat hij zich, gezien de aard van het moerassige veenlandschap, op een hoger en droger punt in het terrein positioneerde. Een verhoogde dekzandrug vormt daarvoor een waarschijnlijke locatie. Tussen Ane en Coevorden zijn ten zuidoosten van Coevorden enkele dekzandruggen aanwezig die in aanmerking komen als mogelijke opstellingslocatie. Het lijkt minder aannemelijk dat Rudolf zich dicht bij het bisschoppelijk kampement bij Ane zal hebben opgesteld. De meer westelijk gelegen dekzandruggen, dichter bij Ane, zijn daarom minder aannemelijk. Bovendien, als de in de afgelopen jaren gevonden objecten inderdaad conflictgerelateerd zijn, ligt het minder voor de hand dat de slag zuidelijker begon. Aangezien het leger van de bisschop volgens de Narracio al snel in paniek raakte en op de vlucht sloeg, is het aannemelijk dat men zich in elk geval probeerde terug te trekken richting het bisschoppelijk kampement en de schepen aan de Vecht.

Te verwachten vondsten

Lijken beroofd van kleding en bewapening

Slagveldarcheologie is in Nederland nog een relatief weinig ontwikkeld specialisme, waardoor er op dit moment geen standaard complextypes binnen de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) beschikbaar zijn die specifiek van toepassing zijn op middeleeuwse slagvelden. Bovendien is het aannemelijk dat een groot deel van het materiaal van de Slag bij Ane kort na afloop is verdwenen. Volgens de Narracio werden de lijken van de gesneuvelden ontdaan van bewapening en van hun kleding. De lijken en kadavers zouden nog jaren zichtbaar zijn geweest. Daarom moet er rekening mee worden gehouden dat de archeologische resten beperkt zijn in aantal. Dit lijkt te worden bevestigd door de resultaten van het uitvoerige metaaldetectie-onderzoek in het gebied. Op de locatie van het slagveld kunnen de volgende vondsten worden verwacht: pijlpunten, zwaardfragmenten (pommel, gevest, pareerstang, lemmet), messen en dolken, bijlen, knotsen, speer- en lanspunten en voeten, schildbeslag, maliën(kolders), helmen, gespen, riembeslag, kledingaccessoires, sieraden, paardentuig, hoefijzers, stijgbeugels, ruitersporen en menselijk en dierlijk (paarden) botmateriaal.

Wetenschappelijk onderzoek

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) leeft al langere tijd de wens om een middeleeuws slagveld in Nederland te onderzoeken. Naast het risico op verlies van archeologische informatie speelt ook de vraag hoe erfgoed een bredere maatschappelijke rol kan krijgen. Een tweede belangrijke aanleiding voor een onderzoek is het groeiende belang van publieksparticipatie binnen de archeologie. Dit wordt benadrukt in het Verdrag van Faro. Mede daarom is ervoor gekozen om de Slag bij Ane uit 1227 nader te onderzoeken. De slag geniet al lange tijd veel regionale belangstelling, een interesse die de afgelopen jaren alleen maar is toegenomen. Dit komt mede door de sterke historische verbondenheid van de bewoners met het gebied en het belang dat wordt gehecht aan lokale identiteit.

Samenwerking met Stichting Overstichtse Oorlogen

In 2024-2025 is in opdracht van de RCE door Rik Ypey een bureauonderzoek uitgevoerd naar de Slag bij Ane. De centrale vraag binnen dit onderzoek is het lokaliseren van potentiële locatie van het slagveld zowel als de locatie van het kampement van de bisschoppelijke troepen. Dit bureauonderzoek maakt deel uit van een breder onderzoeksproject van de Stichting Overstichtse Oorlogen (SOO), waarin verschillende aspecten van de slag worden belicht en onderzocht. Een werkgroep van amateur-(metaal)dectectoristen van SOO is sinds 2023 in nauwe samenspraak met ASR (eigenaar van Landgoed De Groote Scheere) en de boeren die de grond pachten van ASR bezig met veldonderzoek. Om het veldonderzoek in goede banen te leiden, zijn speciale identificatiepasjes ontwikkeld voor de detectieonderzoekers; alleen met een geldig pasje is toegang tot de betrokken landerijen toegestaan. Eén van de eisen die aan de detectoronderzoekers wordt gesteld is dat zij hun vondsten registreren in de Portable Antiquities of the Netherlands database (PAN). Hierdoor is het mogelijk voor het RCE toezicht te houden op de vondsten die tijdens het veldonderzoek worden gedaan en ongewenste zoekactiviteiten te voorkomen. Er is nauw contact tussen de RCE en de detectoronderzoekers.

Samenwerking met a.s.r. Verzekeringen

Uit het onderzoek van de RCE komt naar voren dat het ca 800 hectare grote Landgoed De Groote Scheere geldt als één van de meest kansrijke locaties voor dit onderzoek. In samenwerking tussen de archeologen en detectoronderzoekers van de RCE, ASR, SOO en ROTB wordt in de zomer van 2026 een vervolgonderzoek ingesteld. Voorafgaand aan het onderzoek worden booronderzoeken uitgevoerd over het gehele onderzoeksgebied, met als doel de bodemopbouw en stratigrafie nauwkeuriger vast te stellen. Hiermee kan een meer gedetailleerde reconstructie worden gemaakt van het landschap ten tijde van de Slag bij Ane. Dit booronderzoek kan worden aangevuld met een uitgebreide landschapsbiografie, en waar mogelijk gebruik maken van eerder uitgevoerde boringen om tot een zo compleet mogelijk bodemprofiel te komen. Verder vindt een groot opgezet – bij voorkeur participatief – karterend metaaldetectieonderzoek plaats op het Landgoed De Groote Scheere. Dit onderzoek heeft als doel vondsten te detecteren die dieper in het bodemarchief liggen en daarmee buiten bereik vallen van reguliere amateurdetectoristen. Begeleiding vindt van plaats door een gecertificeerd KNA-archeoloog.

Samenwerking met Stichting Recovery on the Battlefield

In het kader van een veldonderzoek onder verantwoordelijkheid van de RCE in de zomer van 2026 op het Landgoed De Groote Scheere wordt samengewerkt met de amateur-(metaal) detectorteams van SOO en de Stichting Recovery on the Battefield (ROTB). De ROTB combineert archeologische projecten met een ondersteuningsprogramma voor veteranen en de militaire gemeenschap. Het gaat daarbij om veteranen met PTSS en/of fysieke beperkingen die gediend hebben, die gewond zijn of gewond zijn geraakt tijdens inzet bij internationale militaire missies.

detail zwaard

Reïntegratie en revalidatie

De veteranen nemen deel aan archeologisch onderzoek en studie van locaties van militair-historisch belang en komen daarbij in contact met lotgenoten ter bevordering en ondersteuning van hun revalidatie en re-integratie. Archeologie wordt gebruikt als platform waarbij de veteranen in een intensief onderzoeksprogramma van een week in een betekenisvolle omgeving professioneel worden begeleid. Het is een goed alternatief voor de meer fysiek gerichte programma’s voor veteranen. De vorm van bubbel waarin de opgravingsweek plaatsvindt geeft veel veteranen de mogelijkheid om zich te uiten. De ROTB wordt ondersteund door o.a. het Commando Landstrijdkrachten (CLAS), het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), MRC Aardenburg en het Nederlands Veteraneninstituut (NLVI).