Direct naar de inhoud.

Gramsbergen

Van sterk huis naar kasteel

De geschiedenis van Gramsbergen en het bijbehorende kasteel gaat terug tot de veertiende eeuw. In 1339 wordt voor het eerst melding gemaakt van de bouw van een ‘sterk huis‘, dat later zou uitgroeien tot het kasteel van de heren van Gramsbergen. Dit kasteel werd strategisch gebouwd aan de zuidwestelijke oever van de Vecht, op een plek waar het mogelijk was om via de venen naar het noorden te reizen. Door deze ligging kreeg het kasteel al vroeg een belangrijke militaire en economische functie. Aan de zuidzijde van het kasteel ontstond geleidelijk de nederzetting Gramsbergen, die zich ontwikkelde tot een stadje.

Ontwikkeling tot heerlijkheid Gramsbergen met kasteel

Uitbouw tot versterkte havezate 14e eeuw

In de loop van de veertiende eeuw werd het huis verder uitgebouwd tot een versterkte havezate. In 1385 wordt het beschreven als een degelijk bouwwerk met muren en torens van oersteen (ijzeroer), omringd door natte grachten. Mogelijk werd hierbij ouder bouwmateriaal hergebruikt, wat zou kunnen wijzen op een nog oudere oorsprong. Rond het kasteel lagen voorwerken en bouwhuizen, beschermd door meerdere grachten. De eerste gracht omsloot een groter voorterrein, terwijl een tweede gracht het eigenlijke kasteelterrein afbakende. Het kasteel en de bijbehorende heerlijkheid waren aanvankelijk in handen van de familie Van Gramsbergen. Vermoedelijk verleende heer Hendrik I van Gramsbergen al rond 1351 stadsrechten aan de bewoners die zich bij het kasteel vestigden. In de eeuwen daarna ging het bezit over op verschillende adellijke families, waaronder Van der Eze, Van Aeswijn en later Van Haeften en Van Rechteren.

In Gelderse, Spaanse en Staatse handen

Door zijn strategische ligging speelde het kasteel een belangrijke rol in regionale conflicten. In 1521 werd het ingenomen door de troepen van de hertog van Gelre. Nog datzelfde jaar werd het heroverd door Frederik van Twickelo, maar in 1522 viel het opnieuw in Gelderse handen. Ook tijdens de Tachtigjarige Oorlog bleef het kasteel een inzet van strijd. In 1572 namen Spaanse troepen het in, waarna de heer van Gramsbergen, Statius van Aeswijn, moest vluchten naar Zwolle. In 1591 werd het kasteel heroverd door Maurits van Oranje, maar al in 1593 wist de Spaanse bevelhebber Francisco Verdugo het opnieuw in te nemen. Datzelfde jaar werd het weer heroverd door graaf Willem van Nassau. Door deze opeenvolgende veroveringen liep het kasteel zware schade op. Na het overlijden van Statius van Aeswijn in 1607 liet zijn weduwe, Anna van Wachtdonk, het kasteel herbouwen. Deze wederopbouw duurde meerdere jaren en gaf het kasteel opnieuw aanzien en betekenis.

Belegering door Munsterse troepen 1673

De rust was echter van korte duur. In 1673 werd het kasteel belegerd door Munsterse troepen onder leiding van Bernhard von Galen. Na hevige strijd moest de verdediging zich overgeven. Kort daarna werd ook Coevorden ingenomen. Aan het einde van datzelfde jaar heroverde Carl von Rabenhaupt het gebied. Omdat het kasteel een bedreiging bleef vormen, werd het in 1674 opgeblazen.

Herbouw van het kasteel

Vrij allodiaal adellijk huis, havezate en heerlijkheid

Toch verdween het kasteel niet definitief. Tussen 1694 en 1720 werd het opnieuw opgebouwd. Uit deze periode zijn beschrijvingen bekend van het ‘vrije allodiale adellijke huis, havezate en heerlijkheid Gramsbergen‘, met uitgebreide rechten, waaronder jacht- en visrechten en bestuurlijke bevoegdheden binnen de heerlijkheid. Het kasteel bleef vervolgens in bezit van adellijke families, waaronder de familie Van Rechteren.

Afbraak kasteel in 1822

In de negentiende eeuw kwam er een einde aan het bestaan van het kasteel. In 1822 werd het verkocht voor afbraak en geleidelijk gesloopt, waarschijnlijk na het overlijden van de laatste eigenaar. Alleen onderdelen zoals de grachten, poorten en het koetshuis bleven behouden en herinnerden nog aan de vroegere heerlijkheid. In de twintigste eeuw kwam de geschiedenis van het kasteel opnieuw aan het licht. In de jaren dertig, tijdens werkverschaffingsprojecten waarbij de oude grachten werden aangepast en deels gedempt, stuitte men op fundamenten van het kasteel. Ook werden verschillende beeldhouwwerken gevonden, waaronder een vrouwenfiguur, een leeuwenkop en ornamenten van bladeren en druiventrossen, allemaal uit zandsteen gehouwen. Daarnaast werden zware fundamentstenen en andere resten aangetroffen, die wezen op de omvang en rijkdom van het oorspronkelijke gebouw.

Door graafwerk veel verdwenen

De vondsten trokken veel belangstelling, maar tegelijkertijd leidde het graafwerk tot het verdwijnen van delen van het historische landschap. Oude grachten en boomstructuren werden vergraven, wat door tijdgenoten als een groot verlies werd ervaren. Toch bleven enkele elementen behouden, zoals poortpijlers en delen van de grachten. Daarnaast bleven er verhalen bestaan over ondergrondse gangen die het kasteel zouden hebben verbonden met andere locaties, zoals de Oldenhof. Hoewel hiervoor nooit sluitend bewijs is gevonden, werden bij eerdere graafwerkzaamheden wel fundamenten aangetroffen die dergelijke verhalen voedden.

Geen grootschalige opgravingen

Ook in de twintigste eeuw bleef de locatie van het kasteel onderwerp van interesse voor historici en archeologen. Pogingen tot nader onderzoek werden gedaan, maar grootschalige opgravingen bleven uit. Toch geven de vondsten en de historische bronnen samen een duidelijk beeld van een belangrijk middeleeuws kasteel dat eeuwenlang een centrale rol speelde in de regio. Zo ontwikkelde Gramsbergen zich vanuit een nederzetting rond een strategisch gelegen kasteel tot een plaats met een rijke geschiedenis, waarin militaire conflicten, adellijke machtsverhoudingen en latere archeologische ontdekkingen samenkomen.