Direct naar de inhoud.

Gelkingen

Groningen

Gelkingen, de elite van Groningen

In het begin van de dertiende eeuw mengt de bisschop van Utrecht zich openlijk in de strijd in het noorden van zijn gebied en kiest partij voor prefect Egbert van Groningen tegen de Gelkingen en Coevordenaren. Over de Gelkingen is weinig bekend. Het is een groep van stad-Groningse rijke handelslieden. De familie Gelkinge speelt een belangrijke rol in de strijd van de elite van de stad Groningen tegen de bisschop van Utrecht. De stad wenst zich niet te richten naar het gezag van de bisschop. Enerzijds is er een anti-bisschoppelijke partij, de Gelkingen, maar anderzijds ook een pro-bisschoppelijke partij, de Groenenbergen.

Geschiedenis van het Gelkingeland

De strijd met de Gelkingen

De vertegenwoordiger van de bisschop, de prefect, vecht een jarenlange strijd uit met de Gelkingen. Een van die slagen, waarbij de Gelkingers zich verbonden met de Drenten, vindt plaats in 1227 en staat bekend als de slag bij Ane. Ook later in de dertiende eeuw wordt het geslacht nog genoemd als een van de belangrijkste families in de stad, maar nadien wordt niets meer van de familie vernomen. De Gelkingestraat is vernoemd naar het geslacht.


De Gelkingers en hun steenhuis

Waarschijnlijk hebben de Gelkingers op de hoek van de Grote Markt en de tegenwoordige Gelkingestraat, waar tegenwoordig de Drie Gezusters staat, een steenhuis. De grond van de familie Gelkinge ligt in het zuidwesten van de huidige stad. De huidige wijken Buitenhof, Corpus den Hoorn, de Grunobuurt, Hoornse Meer, kantorenpark Kranenburg, Laanhuizen, het Stadspark en de Zeeheldenbuurt behoren ertoe. Dit Gelkingeland wordt aan noordzijde begrensd door de Drentse Laan en in het zuiden door de Onlandse Dijk. Ook het zogenoemde Kraanland behoort ertoe.

Machtsbasis en steunpunt

Het Gelkingeland vormt in de dertiende eeuw, na ontginningen, de machtsbasis van de Gelkingen. Ergens in het Gelkingeland heeft deze familieclan een steunpunt, waaronder we een soort van mottekasteel of steenhuis moeten verstaan. In zijn dissertatie Een stad apart deed Jan van den Broek een poging om dit Gelkingeland te lokaliseren. Volgens hem is de oorspronkelijke kern van het Gelkingeland een strook stadsgebied ten zuiden van de Drentse Laan (nu Peizerweg) en aan de stads- of oostkant van de Wolvedijk (het haakse stuk Peizerweg en de Campinglaan). Later ondergaat dit rompgebied een flinke uitbreiding naar het zuiden, waar de Onlandse Dijk de zuidelijke grens van zowel het Gelkingeland als het stadsgebied gaat vormen. Het Kraanland, de rechthoekige en afwijkend gestructureerde uitstulping van het stadsgebied ten westen van de Wolvendijk, rekent Van den Broek uitdrukkelijk niet tot Gelkingeland. Volgens hem is het oudste Gelkingeland al vroeg ontgonnen – zeg rond 1200 – terwijl dat met het Kraanland pas na 1425 het geval is.

Precisering van het Gelkingeland

Dankzij twee sententies van het stedelijke Volle Gericht van 7 september en 13 oktober 1694 en een kaart van het Westerhamrik uit de achttiende eeuw, is het mogelijk een nog wat preciezere omlijning te geven van het middeleeuwse Gelkingeland. Van den Broek heeft gelijk wat betreft romp en zuidelijke uitbreiding, maar niet wat betreft het Kraanland. Want ook dat behoorde tot Gelkingeland.

Vonnissen over het Westerhamrik

Die sententies (vonnissen) spreekt het Volle Gericht uit in een civiel proces tussen Drost van Borck en consorten en de Gezworene Jongbloedt en consorten. In beide gevallen gaat het om een groep eigenaren van land ‘omtrent de horensche dijck’. Tegenwoordig is dat een pittoresk dijkje langs het Hoornsediep, maar bij dit proces gaat het om het dijktracé waarop in de negentiende eeuw de Paterswoldseweg zou komen. In het gebied ten westen van deze dijk, vallend onder het Westerhamrik, eigende de groep Van Borck zich het stemrecht toe bij de verkiezing van een Schepper van het Westerhamrik, met uitsluiting van de groep Jonghbloedt, die deze discriminatie aanvecht.

Bewijsstukken en erkenning van stemrecht

De groep Van Borck baseert de uitsluiting op het feit dat leden van de groep Jonghbloedt geen zijlschot hoeven te betalen aan het Aduarderzijlvest, waarvan het Westerhamrik deel uitmaakt. In eerste instantie vellen Burgemeesteren en Raad het vonnis dat ‘die van de wester Horensche Dijck niet verder tot het stemmen sullen worden toegelaten als deselve landen sijn hebbende, dewelcke uitwaeteren nae de Aduarder Zijll’. Met andere woorden: van land dat niet van de diensten van het Westerhamrik en het Aduarderzijlvest gebruik maakt, kon ook geen stemrecht in het Westerhamrik gepretendeerd worden.

Àppel en afwateringsrecht

Tegen deze uitspraak tekenen Gezworene Jonghbloedt en consorten appèl aan. Ook dat hogere beroep dient voor het Volle Gericht, dan nog de hoogste juridische instantie van de stad en haar onderhorige jurisdicties. Dit maal komen Jonghbloedt c.s. beter beslagen ten ijs. Interessant is dat zij de Westerhoornse landen (de landen ten westen van de Hoornse Dijk) gelijk stellen aan de Gelkingelanden: ‘doordien de Gelkinge landen (sijnde dese landen) bij oude tijden niet is geoorlooft geweest om door de Aduarderzijl te mogen uitwaeteren, maer dat zulx bij vergunninge van het zijlvest hebben geoptineert, waervoor eerst een jaerlijx recognitie van vyer en meer Rijnlantse guldens aan het zijlvest hebben gegeven, hetwelcke naederhant met een Buirmande in het geheel is afgekoft’. Met andere woorden: oorspronkelijk mocht het Gelkingeland niet afwateren via het Aduarderzijlvest, maar dat recht verkregen de buren van Gelkingeland op een gegeven moment door betaling van een jaarlijkse som gelds aan dit zijlvest. Naderhand kochten ze deze jaarlijkse recognitie  weer af met de schenking van een gemeenschappelijk stuk grond, hun Buurmande, aan het zijlvest. En dit konden Jonghbloedt c.s. aantonen ook, en wel met twee verzegelde brieven, die beide hardop ‘in judicio’ werden voorgelezen. Het waren overeenkomsten uit de vijftiende eeuw die zich ook nu nog steeds in zowel het stadsarchief als het archief van het Aduarderzijlvest bevinden. Als de Gelkingelanders ingelaten waren en hun recognitie met een schenking ineens afkochten, dan liet dat uiteraard hun stemrecht onverlet.

Stemrecht

Het verweer van Van Borck c.s. hiertegen blijkt zwak. Het komt er voornamelijk nog op neer dat zij traditioneel het stemrecht hebben en dat de huidige verkiezingsprocedure al een eind op weg is. Ook zou de jaarlijkse recognitie, die naderhand met de Buurmande werd afgekocht, bedoeld zijn geweest om vrij te zijn van zijlschot. Wat de tegenpartij Jonghbloedt de dupliek ontlokte ‘[…] dat die van Gelkinge landt noijt zijlschot hebben betaelt en dat een citatie niemant regt van stemminge kan geven, dat oock voor desen soo nauw niet is ondersogt wel tot het stemmen gerechtigt zijn’. Juist omdat Jonghbloedt c.s. met verzegelingen op de proppen komen, kunnen Burgemeesteren en Raad er niet onderuit. Ze veranderen hun sententie zodat de landeigenaars van het Gelkingeland, hoewel geen zijlschot betalend, toch stemrecht krijgen bij de Scheppersverkiezing.

Groningen

Kaart en indeling van het Gelkingeland

Westerstadshamrik
Een tweede bewijssstuk is een schetskaart van het Westerstadshamrik uit de achttiende eeuw. Op deze kaart valt het Westerhamrik in drie delen uiteen. Op het middenste, afwijkend gekleurde part, staat te lezen dat dit ‘de van het schot vrijgekogte landen’ zijn: dit is dus het Gelkingeland. Zoals Van den Broek op basis van middeleeuwse stukken al aangaf, vormt de Drentse Laan de noordgrens en de Onlandse Dijk de zuidgrens. Anders dan Van den Broek meende, behoorde in het westen, aan de andere kant van de Wolvendijk, ook het Kraanland ertoe.

Gelkingen
contouren van het Gelkingeland

Het Gelkingeland in de huidige stad

Als we de contouren van het Gelkingeland op de huidige stadskaart bekijken, ligt er veel stadswijken op dat land: van Laanhuizen en de Grunobuurt in het noorden, via een substantieel deel van het Hoornsemeer in het zuiden, tot de Buitenhof en Kranenborg in het westen. Als de Gelkingen rond 1300 niet waren uitgestorven en ze deze grond allemaal voor zichzelf hadden kunnen behouden, waren ze puissant rijk geweest.