Direct naar de inhoud.

Diverse kronieken

Geschriften uit de Middeleeuwen

In diverse kronieken in West-Europa werd geschreven over de voor de bisschop van Utrecht mislukte Slag bij Ane in 1227. Niet alleen in de Quedam narracio de Groninghe, de Thrente, de Covordia et diversis aliis sub diversis episcopis Traiectensibus (Een verhaal over Groningen, Drenthe, Coevorden en allerlei andere zaken onder verschillende Utrechtse bisschoppen) of kortweg Narracio – een geschrift in het Latijn uit 1232 – werd de gebeurtenis vastgelegd. Een kroniek is een verhaal of boek met chronologisch geordende, gedenkwaardige historische feiten. De benaming kroniek of kronieken wordt ook vaak gebruikt als aanduiding van een dag-tot-dagrelaas dat geen literaire pretentie heeft. Kronieken zijn niet altijd even betrouwbaar. Hun doel was vaak om de positie van belanghebbenden te bestendigen.

De dood van de Utrechts bisschop Otto II van Lippe maakte indruk

Sächsische Weltchronik

[1227] juli 28. Umme de silven tit wart gheslaghen de biscop van Utrecht vor Covorde und mit eme wol verhundert riddere.
28 juli 1227. Rond dezelfde tijd werd voor Coevorden de bisschop van Coevorden verslagen en met hem meer dan vierhonderd ridders.

Annales Tielenses

Anno 1227. Otto de Lippia episcopus Traiectensis tricesimus quartus cum multis nobilis a Rodolpho de Covoerden peremptus est ob defensium ecclesie.
In het jaar 1227 werd Otto van Lippe, de vierendertigste bisschop van Utrecht, samen met vele edelen door Rudolf van Coevorden gedood vanwege zijn verdediging van de Kerk.

Anno 1228. Rodolphus de Covorden capitur et rotatus stipitibus exaltatur.
In het jaar 1228 werd Rudolf van Coevorden gevangengenomen en op een rad terechtgesteld.

Anno 1233. Willebrandus episcopus Traiectensis tricesimus quintus migravit ad Dominum.
In het jaar 1233 overleed Willebrand, de vijfendertigste bisschop van Utrecht.

Annales Veterocellenses

1227. Occiditur Otto Traiectenis episcopus apud castrum Kuvorde et alii multi.
In 1227 werd bisschop Otto van Utrecht bij het kasteel van Coevorden gedood, samen met vele anderen.

Chronica Regia Colonienses

A[nno] Domini 1228 […] Eodem anno episcopus Traiectensis castrum Kuvorde iterum inpugnat; sed defensoribus sibi diffidentibus, castrum in deditionem recipit, et nefarium Rodolphum dominum castri eicit et exulare precipit. Qui exilium simulans, occulte revertitur et castrum dolo captum possidet, eiectis illis quos episcopus ibi posueart.
In het jaar des Heren 1228 belegerde de bisschop van Utrecht opnieuw het kasteel van Coevorden. Omdat de verdedigers geen vertrouwen meer in zichzelf hadden, gaven zij het kasteel over. De bisschop verdreef daarop de misdadige Rudolf, heer van het kasteel, en beval hem in ballingschap te gaan. Rudolf deed echter alsof hij in ballingschap ging, maar keerde in het geheim terug. Met een list nam hij het kasteel opnieuw in bezit en verdreef degenen die de bisschop daar had geplaatst.


Chronica Regia Coloniensis

Anno Domini 1227 […] Iul. 28. Ipso etiam anno Otto episcopus Traiectensis electam miliciam congregat, castrum Kuvorde expugnaturus propter rebellionem eiusdem castri possessoris, qui ei iure homagii tenebatur. Cumque in die beati Pantaleonis idem episcopus et comes Gelrensis cum electis et famosis militibus minus caute – locus enim totus paludosus est – castrum impetissent, in talem difficultatem devenerunt, unde non possent procedere nec reverti. Quo viso, castri defensores subito descendentes, universos comprehendunt, episcopum cum fratre preposito nefandissime decapitant, inclitos milites illos se defendere non valentes, utpote luto supra genua detentos, partim submergunt, partim transfixos crudeliter occidunt.
In het jaar des Heren 1227, op 28 juli, verzamelde bisschop Otto van Utrecht een uitgelezen krijgsmacht om het kasteel van Coevorden te belegeren vanwege de opstand van de heer van dat kasteel, die hem volgens het leenrecht trouw verschuldigd was. Toen de bisschop en de graaf van Gelre op de dag van Sint-Pantaleon samen met hun vooraanstaande en beroemde ridders het kasteel aanvielen, deden zij dat echter weinig voorzichtig, want het hele gebied was moerassig. Daardoor kwamen zij in een situatie terecht waaruit zij noch vooruit noch achteruit konden. Toen de verdedigers van het kasteel dit zagen, deden zij plotseling een uitval en namen iedereen gevangen. De bisschop en zijn broer, de proost, werden op afschuwelijke wijze onthoofd. De beroemde ridders konden zich niet verdedigen, omdat zij tot boven de knieën in de modder vastzaten. Sommigen werden verdronken, anderen met speren doorboord en wreed gedood.

Annales Stadenses

A.D. 1227 […] Otto Traiectensis episcopus versus Threntam ante Colfelde Frisonum insolentiam compressures, in paludoso loco a rusticis die Pantaleonis feria quarta occiditur. Ibidem comes Gelriae vulneratur, et plurimi circa 200 omnes milites aut filii militum perimuntur. Thidericus praepositus Daventriae, episcopi frater, vulneratus 8. die occubuit. Corpus defuncti episcopi maximo cleri en populi moerore Traiectum defertur, et in beati Martini ecclesia sepelitur. Wilbrandus Paderburnensis episcopus ei concedente apostolico subrogatur.
In het jaar 1227 trok bisschop Otto van Utrecht naar Drenthe om bij Coevorden de opstandigheid van de Friezen neer te slaan. Op de woensdag van Sint-Pantaleon werd hij echter in een moerassig gebied door boeren gedood. Daarbij raakte ook de graaf van Gelre gewond en kwamen zeer velen om het leven: ongeveer tweehonderd ridders en zonen van ridders sneuvelden. Dirk, proost van Deventer en broer van de bisschop, raakte eveneens gewond en overleed acht dagen later. Het lichaam van de overleden bisschop werd onder grote droefheid van geestelijkheid en volk naar Utrecht gebracht en begraven in de Sint-Maartenskerk. Met toestemming van de paus werd Wilbrand van Paderborn als zijn opvolger aangesteld.


Annales Tielenses

De Annales Tielenses zijn een middeleeuwse kroniek of annalenreeks die verbonden is met de stad Tiel. Het gaat om korte jaarberichten over politieke, kerkelijke en regionale gebeurtenissen, vooral gericht op Gelre, Utrecht en de omgeving van Tiel. De annalen bestrijken ongeveer de periode van 693 tot 1345 en werden waarschijnlijk tussen ca. 1335 en 1345 samengesteld. De tekst behoort tot het genre van de zogenaamde annalen: beknopte aantekeningen per jaar, vaak opgesteld in kloosters of stedelijke administratieve milieus. In tegenstelling tot uitgebreide kronieken bevatten annalen meestal korte notities zoals sterfgevallen, oorlogen, overstromingen, bisschopswisselingen of stedelijke gebeurtenissen. De Annales Tielenses zijn geen volledig originele geschiedschrijving. Oudere berichten werden grotendeels overgenomen uit eerdere bronnen, terwijl latere gedeelten meer regionale informatie bevatten. Daardoor is de bron vooral waardevol voor de manier waarop men in de late middeleeuwen naar het verleden keek, de geschiedenis van Gelre en het Sticht Utrecht; de ontwikkeling van stedelijke geschiedschrijving in de Lage Landen en de lokale gebeurtenissen rond Tiel. De Annales Tielenses moeten niet worden verward met het latere Chronicon Tielense, een omvangrijkere wereldkroniek uit de vijftiende eeuw. Dat werk werd waarschijnlijk rond 1450 geschreven, mogelijk door Willem van Wyc, en behandelt onder meer de geschiedenis van de bisschoppen van Utrecht, Gelre en Holland. Het Chronicon Tielense is veel uitgebreider en narratiever van aard, terwijl de Annales Tielenses vooral korte chronologische notities bevatten.

Annales Stadenses

Albert of Stade (ca. 1187 – ca. 1260) was een Duitse monnik, historicus en dichter. Hij studeerde waarschijnlijk aan de school van de dom van Bremen. Hij trad toe tot de benedictijnerorde en ging naar het klooster van Harsefeld bij Stade. Albert klom op tot prior en werd in 1232 tot abt gekozen. Hij verzette zich zowel tegen de soepele naleving van de Regel van Benedictus in Harsefeld als tegen de invoering van de strengere cisterciënzer observantie. Daarom legde hij in 1240 zijn functie als abt neer en trad hij toe tot het franciscanenklooster van Sint-Jan in Stade. In hetzelfde jaar waarin hij franciscaan werd, begon Albert met het schrijven van een Latijnse wereldkroniek, de Annales Stadenses of Annalen van Stade. Deze begint bij de Schepping en eindigt in 1256. De vroege delen lijken gebaseerd te zijn op Beda’s Libellus de sex aetatibus mundi en Ekkehards Chronicon. Naarmate hij dichter bij zijn eigen tijd komt, wordt Albert – zoals de meeste middeleeuwse kroniekschrijvers – uitvoeriger en betrouwbaarder. Tijdens zijn tijd als franciscaan schreef Albert ook verschillende theologische en literaire werken. Aan hem wordt onder meer Raimundus toegeschreven, een berijmde versie van de Summa de casibus poenitentiae van Raymond of Penyafort, evenals Troilus, een Latijns epos over de Trojaanse Oorlog van 5.320 versregels. Albert stierf tussen 1256 en 1258/1261, hoewel hij soms ook wordt genoemd als auteur van de voortzettingen die aan zijn Annalen zijn toegevoegd om het werk tot 1265 door te laten lopen.