Direct naar de inhoud.

1395

Bisschop: vrienden en vijanden

Frederik van Blankenheim 1393-1423

In het ‘Registrum feodalium Frederici de Blankenheim’ (bisschop van Utrecht 1393-1423) is een lijst opgenomen van de Drenthen die de bisschop van Utrecht als hun heer hebben gehuldigd, en van degenen die dit hebben geweigerd. Het was een lange lijst uit 1395 van Drenthen die de zijde van de bisschop kozen, met name diverse vooraanstaande adellijke families. De lijst met vijanden was nagenoeg evenlang.

Het is de vraag of deze lijst ook iets zegt over de zijde die de genoemde families hadden gekozen in 1227, voor die van de bisschop van Utrecht of die van de heer van Coevorden, de Drenten en de Groningse Gelkingen.

Een register uit 1395 met vrienden en vijanden van de bisschop

Vrienden van de bisschop

Dit sijn de Drenthen, die mynen heere van Utrecht gehuldet hebben in den jare van XCV.

  • In den yersten Henric Polman
  • Item Otto [en]
  • Item Johan Polman, gebruedere
  • Item Johan van Haeren
  • Item Alef van Haeren
  • Item Teese tEelde
  • Item jonge Teese
  • Item Egbert Teesen [en]
  • Item St. Teesen, fratres
  • Item Perney
  • Item Henric Scult
  • Item Knas ter Veen
  • Item Arent van Steenwijck [en]
  • Item Johan van Steenwijck, fratres
  • Item Roloff de Mepsche
  • Item Ludolph de Luynsche
  • Item Herman ter Hansouwen
  • Item Evert Hulmeldinck
  • Item Johannes der Bruggen
  • Item Lepel
  • Item sijn soen
  • Item Matthijs Buel
  • Item Reyner Zuerinck
  • Item Roelof sijn soen
  • Item Enauwe
  • Item Hannijn
  • Item Fukinck
  • Item Evert Gaessinck
  • Item Reynalt de Vos
  • Item Coenrat de Vos [en]
  • Item Bertolt de Vos, fratres
  • Item Johan van den Cloester
  • Aernt Huys, heer tot Runen
  • Johan sijn soen
  • Roeloff Huising
  • Johan Banneking
  • Johan van Swijnre
  • Johan de Vos van Steenwijck
  • Roloff Polman [en]
  • Herman ter Hansouwen, non fuerunt in gwerra

Vijanden van de bisschop

Ridder ende knecht uyt den lande van Drenthe, die vyant geworden sijn ao XCV.

  • Int iersten Lubbert Essching,
  • Jan Aernt ende
  • Hendric Essing, gebrudere
  • Selekin van Haren
  • Aernt sijn soon
  • Frederic toe Naerdycke
  • Willam ten Dycke
  • Albert ten Broicke
  • Sander van den Wolde
  • Rolof Lippijng
  • Johan Ludekijns soon met ses sijn soenen
  • Wolter van Laer
  • Roloff bastart van Laer
  • Herman van Voerst ende syne knechte
  • Jan van der Eesen
  • Jan van Laer
  • Hendric Puest
  • Gerlach van Schuttorpe
  • Henric van Helendoren
  • Otto Sobbe
  • Jan van Vernenborch bastert
  • Roderic van Voerst bastert
  • Otte van Welevelde bastert
  • Jan Vrancke
  • Henric Meyneke
  • Henric van Allelant
  • Conrat van Appeldoren
  • Steven van Runen ende
  • Rolof Runen, gebrodere
  • Evert Hubbelding
  • Jan Hidding
  • Roleff Knasse
  • Roloff Wanijnck
  • Jan Valcke
  • Jan van Wijck
  • Gert de Roper
  • Frederic de Vrissche
  • Jan Mudder
  • Ludeke Hadeveldinck
  • Jan Ludens
  • Meynolt [Ludens] ende
  • Claes Ludens, gebruedere
  • Jan de Mepsche
  • Jan van Ees
  • Steven ter Borch, etc.

Frederik van Blankenheim

Frederik van Blankenheim was een invloedrijke geestelijke en bestuurder die in de late middeleeuwen een belangrijke rol speelde in zowel het Rijnland als de Noordelijke Nederlanden. Hij werd rond 1355 geboren op de Kasselburg in de Eifel en studeerde rechten in Parijs. In 1375 werd hij benoemd tot bisschop van Straatsburg, maar zijn bestuur daar verliep moeizaam. Met steun van Willem van Gelre werd hij in 1393 overgeplaatst naar het bisdom Utrecht, waar hij zich ontwikkelde tot een bekwaam en krachtig bestuurder. In Utrecht wist Frederik, gesteund door de Lichtenbergers, zijn gezag te versterken tegenover steden, adel en omliggende vorsten. Vooral in het Oversticht herstelde hij het bisschoppelijke gezag. Tijdens de zogenoemde Groninger Oorlog dwong hij ook de stad Groningen zijn macht te erkennen. In 1407 verleende hij stadsrechten aan Coevorden, waarmee hij zijn invloed in het noordoosten verder consolideerde.

Bekwaam en krachtig bestuurder

Op politiek en militair vlak was Frederik eveneens actief. Als bondgenoot van Willem VI van Holland nam hij deel aan de Arkelse oorlogen, wat hem onder meer het bezit van Hagestein opleverde. Op latere leeftijd werd hij opnieuw in conflicten betrokken tijdens de partijstrijd rond Jacoba van Beieren, waarin het Sticht zich ternauwernood wist te handhaven. Kerkelijke taken liet Frederik grotendeels over aan zijn bestuur en zijn wijbisschop Hubertus Schenck. Hij was daarnaast een beschermheer van de Moderne Devotie. Frederik overleed op 9 oktober 1423 op Kasteel Ter Horst en werd begraven in de Dom van Utrecht.