Quedam Narracio

Quedam Narracio 1232
In het Utrechts Archief ligt het ‘Liber donationum’, een cartularium over 722-1333 met o.a. twee Utrechtse kronieken. De beide kronieken betreffen: de ‘Bella campestria inter episcopus Trajectenes et comites Hollandie’ en de ‘Quedam narracio de Groninghe, de Trenthe, de Covordia et de diversis aliis sub diversis episcopis Traiectensibus’. De schrijver van de Narracio weet veel van de levensloop van Wilbrand van Oldenburg. Hij is supporter van de bisschop en steunt hem tegen kwaadsprekers. Hij heeft veel goede woorden voor de Friezen (Frisia, Frisones). Op folio 85 van de laatste kroniek is de slag bij Ane beschreven.
Strijd en loyaliteiten in Groningen en Drenthe
De Narracio
De Narracio bevat veel informatie, maar de motieven en achtergronden van de gebeurtenissen worden niet of nauwelijks geanalyseerd. Daardoor blijft het verhaal een vooral chronologische opsomming van gebeurtenissen. De chronologische orde wordt op drie plekken onderbroken. In de eerste twee gevallen gaat het om episoden die mogelijk in een causale relatie tot elkaar staan in die zin dat het eerder vertelde een gevolg kan zijn van hetgeen later wordt meegedeeld. In het derde geval wordt eerst over de gebeurtenissen verteld waarvan de auteur zelf ooggetuige was en pas daarna over de ontwikkelingen aan het ‘noordelijke front’ die weliswaar eerder plaatsvonden, maar waarover de auteur alleen uit tweede hand kon vertellen. Door het ontbreken van analyse en logische verbanden blijft de Narracio een verzameling losse episoden waarop het moeilijk grip te krijgen is. Dat wordt nog verergerd door het feit dat de gebeurtenissen zich herhaalden: in de periode eind twaalfde eeuw tot 1232 hebben de bisschoppen in totaal zes militaire acties tegen Coevorden en de Drenten ondernomen, waarvan er twee of zelfs drie zozeer op elkaar lijken dat ze gemakkelijk met elkaar kunnen worden verward.
Acties tegen Drenthe
- Boudewijn, bisschop van Utrecht tegen Coevorden, ca. 1185
- Boudewijn, bisschop van Utrecht tegen Drenthe, ca. 1190
- Otto II, bisschop van Utrecht, 1227
- Wilbrand, bisschop van Utrecht, 1228; zes legers: Groningen, Bakkeveen, Oldeberkoop, Coevorden, Ommen, Uffelte
- Wilbrand, bisschop van Utrecht, 1231; vijf legers: Bakkeveen, Groningen, Coevorden, Ommen, Vollenhove
- Wilbrand, bisschop van Utrecht, 1232; vijf legers: Oldeberkoop, Steenwijk, Ane, Bakkeveen, Groningen
Overeenkomsten en arbitrages
De eerste wapenstilstand werd gesloten op last van bisschop Otto II, die ingreep in een conflict dat te Groningen was uitgebroken tussen de prefect en de Gelkingen. De laatstgenoemden werden door de Coevordenaren gesteund (waarschijnlijk 1227). De Coevordenaren verbraken de wapenstilstand nadat Egbert te Glimmen een kasteel had gebouwd. De eerste echte overeenkomst tussen de strijdende partijen dateert van 1228. De Drenten verbreken de overeenkomst in de winter van 1229-1230, daartoe overgehaald door de Coevordenaren, die al in augustus 1229 de burcht te Coevorden weer in bezit hebben genomen. Dan volgen twee arbitrage-pogingen:
In 1230-1231 door Friese abten op verzoek van de Drenten, tegen de zin van de bisschop. In maart 1231 werd in Giethoorn door het scheidsgerecht een overeenkomst gesloten, die echter zonder duidelijke reden door de Coevordenaren en Drenten werd verbroken.
De tweede overeenkomst kwam op 14 maart 1232 in Nutspete/Mitspete tot stand op verzoek van abten en ‘goede mannen’, door alle Friese abten en een aantal anderen. Dit werd daarna voortgezet door een commissie van drie. Deze overeenkomst werd door de Drenten verbroken vanwege het feit dat de oorlog tussen Hunsingo (met Groningen) en Fivelgo ook doorging.
Loyaliteiten
Gedurende de strijd die Wilbrand tegen Coevorden en de Drenten heeft gevoerd (1228-1232) is hij trouw geholpen door ‘de stad Groningen en het hele deel van Friesland dat tot zijn diocees behoort’. Het is de vraag of dit wel juist is. De ‘Vita Sibrandi’ maakt melding van meningsverschillen onder de Westerlauwerse Friezen. De tegenstanders van de bisschop durfden echter niet hardop uit te komen voor hun positie. In Groningen lijkt de partij van de Gelkingen – waarschijnlijk opstandige burgers of naijverige landeigenaren – weliswaar in 1228 te zijn uitgeschakeld, maar de prefect en zijn aanhang lijken de enige echte supporters van de bisschop te zijn. Halverwege de twaalfde eeuw stonden de Groningers op tegen bisschop Hartbert. Deze opstand is mogelijk een van de motieven die bisschop Hartbert ertoe gebracht hebben zijn broer Leffard als prefect aan te stellen.
Tijdens de eerste actie (ca 1185) staan Groningen, Peize en heel Drenthe aan de kant van de bisschop. Eind twaalfde eeuw rebelleren de Groningers (de prefect en de ‘burgers’) samen met die van Peize en Coevorden tegen bisschop Boudewijn. Ze hebben de partij van de Coevordenaren gekozen. De Groningers willen erkenning van hun rechten.
Tijdens de tweede actie (ca 1190) staan Coevorden, Groningen, Peize tegenover de bisschop. In de derde actie (1227) is er sprake van twee partijen in Groningen: de prefect en de zijnen staan aan de kant van de bisschop, de Gelkingen aan die van Drenthe en de Coevordenaren.
Tijdens de vierde actie (1228) staan de Westerlauwerse Friezen met de prefect en zijn partij in Groningen tegenover de Coevordenaren en Drenten. De bisschop wint. Toen de Coevordenaren en Drenten daarna hun woord braken (1229-1230), bleven de prefect en de Groningers de bisschop trouw.
Nadat de Coevordenaren en Drenten de uitspraak van Giethoorn hadden geschonden, trokken de Westerlauwerse Friezen ter kruistocht, samen met Groningen en Hunsingo en een drietal legers in het zuiden. Ze stonden tijdens de vijfde actie (1231) tegenover de Coevordenaren, Drenthe, Fivelgo, Langewold en Vredewold. Volgens Menko heerste in Groningen nog altijd verdeeldheid. De zaak ging de Groningers eigenlijk niet aan, maar prefect Egbert had aliquantula societas met begunstigers van de Eenrumers, die hem tegen zijn opstandige burgers hadden geholpen. Daardoor stond Groningen tegen de Fivelgoërs en de Drenten. Volgens Emo sloot ook Drenterwolde zich bij Fivelgo aan.
Hervatting van de strijd 1232
In 1232 hervatten de Drenten de strijd tegen Groningen, zonder dat de bisschop en de Friezen hiermee te maken hadden. De strijd kon uitbreken door het uitblijven van een regeling voor het conflict tussen Hunsingo (verbonden met Groningen) en Fivelgo (verbonden met Drenthe). Doordat de oorlog tussen Hunsingo en Fivelgo doorging, en Drenthe waarschijnlijk in een eedverbond met Fivelgo stond, hervatten de Drenten de strijd tegen Groningen.
Tijdens de zesde (1232) staan dezelfde partijen tegenover elkaar.
Groningers in oorlog
Het verhaal wordt te Groningen verteld (31 oktober 1232). De stad Groningen heeft bisschop zeer getrouw bijgestaan. De tegenstanders van de prefect en bisschop (de Gelkingen) komen in het stuk niet voor. Omstreeks 1143 versterken opstandelingen de stad met een muur en maken zich meester van de Sint Walburg. De opstand wordt door bisschop Hartbert met geweld beëindigd. Hij beleent zijn broer Leffard met de prefectuur te Groningen. Het is de vraag of deze belening heeft plaatsgevonden vóór of na de opstand. De Groningers doen mee aan de strijd tegen Coevorden, maar worden daarna door Rudolf van Coevorden overgehaald om zijn kant te kiezen. De Groninger burgers zijn dan al een tijdje onrustig vanwege hun rechten. Ze claimen in 1189-1190 de Sint Walburg. De opvolging van prefect Roelof veroorzaakt zoveel tumult, dat Groningen (burgers en prefect) omstreeks 1190 tegen bisschop Boudewijn rebelleren. De bisschop wint de strijd en Groningen moet gijzelaars geven. De aartsbisschoppen van Mainz en Keulen grijpen in en doen uitspraak. In dit conflict stonden de broers uit Groningen, die van Peize en de andere Drenten aan de kant van de Coevordenaren.
Bestuur Dirk van Are en Otto I (1197-1215)
Tijdens het bestuur van de bisschoppen Dirk van Are en Otto I (1197-1215) heeft Groningen geen conflicten met hen. Maart tijdens Otto II is er een intern conflict in Groningen. De prefecten staan tegenover de Gelkingen. De Coevordenaren helpen de Gelkingen. De bisschop bewerkt een wapenstilstand, maar op advies van de Coevordenaren plegen de Gelkingen woordbreuk (waarschijnlijk 1226). De Coevordenaren en Drenten zeggen dat de prefect de wapenstilstand heeft verbroken door bij Glimmen een versterking te bouwen. De Hunsingoërs helpen de prefect. Groningen verdedigt zich succesvol tegen de aanvallers. De Gelkingen worden bij Peize in hun bijzondere versterking verslagen. De gevangenen worden opgesloten in de Sint Walburg, die is omgebouwd tot fort. Bisschop Otto II is blij met de trouw van de prefect en besluit de Gelkingen, Coevordenaren en Drenten aan te pakken, die Groningen belegeren. Op 28 juli 1227 vindt de slag bij Ane plaats, waarbij Otto II om het leven komt. Bisschop Wilbrand wil de dood van zijn voorganger wreken en stuurt troepen naar Groningen. Een aanval van de prefect, ‘alle Groningers’ en vele Friezen (Hunsingoërs?) bij Nutspete/Mitspete blijft in september 1228 zonder resultaat. De Groningers zijn blij met de komst van bisschop Wilbrand die de prefect met geld beloont. Hij laat in oktober 1228 de gevangen genomen Gelkingen vrij.
Hervatting strijd 1230–1232
De Drenten keren zich daarna weer tegen de bisschop, maar de prefect, zijn familie en alle Groningers blijven in 1230 de kerk en de bisschop trouw. De Groningers roepen de Hunsingoërs te hulp en bezweren hun bondgenootschap met hen, die een bittere oorlog met de Fivelgoërs uitvechten. Een beoogde aanval bij Nutspete/Mitspete in de herfst van 1231 gaat niet door. In 1231-1232 wordt de stad versterkt. Bisschop Wilbrand is in Groningen. De stemming is gedrukt. De Drenten bouwen een versterking bij Nutspete/Mitspete.
Wachting en gevechten rond Nutspete/Mitspete
In Groningen wordt gewacht op de uitspraak van een scheidsgericht, die uiteindelijk op 14 maart 1232 volgt. Egbert van Groningen verzoent zich met Frederik van Coevorden. Berekend is dat de oorlog in het voorjaar van 1232 vijf jaar heeft geduurd. Ze verzuimen een vrede tot stand te brengen tussen Hunsingo en Fivelgo en de oorlog tussen deze partijen gaat door. Coevordenaren en Drenten verbreken de vrede en belegeren samen met de Fivelgoërs de stad Groningen. De Groningers slaan terug en vallen in mei 1232 Nutspete/Mitspete aan. Met deze strijd heeft de bisschop zich niet bemoeid. De arbiters verklaren zich, waarna Groningers en Friezen de bisschop opnieuw ten strijde oproepen. Vanuit Groningen zal in september 1232 Nutspete/Mitspete worden aangepakt. De Groningers, Oostergoërs en Hunsingoërs verwoesten Nutspete/Mitspete, maar worden uit Drenthe teruggeslagen. Ze verslaan de Fivelgoërs, maar lijden vervolgens in september 1232 weer een nederlaag bij Nutspete/Mitspete.
De Friezen
Friesland is trouw aan de bisschop. Omstreeks 1200 helpen de Friezen van Zuidergo (Stavoren) bisschop Dirk van Are tegen de graaf van Holland. Maar in 1227 krijgen de Gelkingen, Coevordenaren en Drenten steun van de (Ommelander) Friezen. In 1228 vallen de Westerlauwerse Friezen de Drenten aan bij Oldeberkoop en Bakkeveen. De vrome Friezen willen in 1229 de bisschop helpen. Zij boezemen de Coevordenaren en Drenten angst in en vragen om arbitrage. Friese abten zullen in 1230-1231 de zaak beslechten. Wanneer hun uitspraak wordt gebroken, roepen in 1231 de abten de Friezen op om tegen de Drenten en de Coevordenaren op te trekken. De Friezen geven gehoor aan de oproep om ter kruistocht te gaan. Friezen uit het diocees Münster staan aan de kant van de vijand. De ‘Utrechtse’ Friezen formeren twee legers. De niet-Friese legers doen niets, ze maken alleen plannen.

Verdeeldheid na Bakkeveen
Na de nederlaag van de bisschoppelijke troepen bij Bakkeveen is de stemming aanvankelijk verdeeld. Sommigen steunen de bisschop, anderen niet. Wanneer er versterkingen arriveren, volgt het hele grote, rijke, edele en roemrijke Friesland hun heer, de bisschop, als één man – iets wat eerder nooit is vertoond. Volgens de Vita Sibrandi is die eenheid echter slechts schijn, want er zijn ook Friezen die sympathiseren met de Drenten. Degenen die tegen de bisschop zijn, durven dat niet openlijk te tonen.


Friese actie en strijd
De Friezen willen tijdens de vorstperiode tegen de Drenten optrekken, maar het gaat dooien. De Westerlauwerse Friezen doen niet mee met de oorlog tussen Hunsingo en Fivelgo. Maar wanneer de arbiters de Drenten excommuniceren, willen ze wraak nemen op de Drenten. Ze nemen zelfs het initiatief en roepen de bisschop op. Er worden vijf legers geformeerd: Oldeberkoop, Steenwijk, Coevorden, Bakkeveen en Groningen. De Friezen bij Bakkeveen worden op 16 september 1232 verslagen, de Oostergoërs verliezen de strijd bij Nutspete/Mitspete op 20 september 1232. De Friezen zijn vroom, trouw en eensgezind. Dat krijgt extra reliëf doordat anderen negatief beoordeeld worden: de niet-Friese legers doen niets dan plannen maken en delibereren over futiliteiten (‘onzichtbare hoefnagels’). De Utrechtse ridders zijn vreesachtig en verwijfd en de Twenten zijn niet bereid om op eigen kosten mee te doen. Ze willen betaald krijgen.
