Assen

Overdracht molen te Deurze 1259
De oorsprong van het Houwingegoed en het Kamps erve ligt in de vroege dertiende eeuw en hangt nauw samen met de nasleep van de Slag bij Ane. In dat jaar trok bisschop Otto II van Lippe met een leger van ridders naar Drenthe om een einde te maken aan de opstand van de Drenten. In de moerassen bij Ane liep dit echter uit op een ramp: het bisschoppelijke leger werd verslagen en de bisschop zelf kwam om het leven. Als zoenoffer voor deze gebeurtenis werden de Drenten verplicht een klooster te stichten. Aanvankelijk werd dit klooster, bekend als ‘Sanctae Mariae de Campe’, gevestigd bij Coevorden. De locatie bleek echter ongeschikt. De omliggende gronden waren drassig en overstroomden regelmatig, waardoor landbouw nauwelijks mogelijk was. Om dit probleem op te lossen, kwam het in 1259 tot een belangrijke ruil. Op 31 oktober van dat jaar keurde Otto, graaf van Bentheim, goed dat Hako, zoon van de overleden ridder Stephanus van Hardenberg, de hof en molen te Deurze overdroeg aan de abdij. In ruil daarvoor ontving hij het huis ‘Te Campen’ bij Coevorden.
Tijdelijke locatie voor klooster ‘Maria in Campis’
Hof te Deurze
De hof in Deurze was een aanzienlijk landgoed met een grote hoeve, een watermolen (gelegen op de latere Meulmaet) en uitgestrekte landerijen en bossen. Deze hof fungeerde gedurende ongeveer tien jaar als tijdelijk kloosterverblijf, net zoals eerder het huis bij Coevorden. Archeologisch onderzoek heeft later bevestigd dat ook hier geen definitief klooster werd gebouwd. Uiteindelijk werd het klooster ‘Maria in Campis’ tussen circa 1260 en 1270 definitief gevestigd in Assen. Vanaf omstreeks 1270 duiken de eerste oorkonden op die het klooster aldaar vermelden, waarmee de basis werd gelegd voor het latere ontstaan van de stad Assen.
Leengoed van de bisschop van Utrecht
In de daaropvolgende eeuwen maakte het gebied deel uit van het wereldlijk bestuur van de bisschop van Utrecht. Deze beschikte over zowel domeingoederen als leengoederen, die hij uitgaf aan lokale elites om zijn gezag te versterken. Tot deze leengoederen behoorden onder meer Rammeringe, Wernsinge en het Houwingegoed (later Kamps genoemd). De politieke betekenis van deze goederen was groot: via het leenstelsel bond de bisschop invloedrijke Drentse geslachten aan zich. Vanaf het einde van de veertiende eeuw is de geschiedenis van het Houwingegoed goed te volgen. Tussen circa 1379 en 1382 werd Henric de Mepsche beleend met het goed in Balloo. Na zijn overlijden ging het bezit over op zijn weduwe Agnesa (ook Nese genoemd), met hun zoon Johan als hulder. In 1394 werd het goed opnieuw aan Agnesa beleend, waarna Johan het in 1399 zelfstandig verkreeg.
Borgleen van Vollenhove 1411
In de vijftiende eeuw veranderde het karakter van het goed. In 1411 volgde een nieuwe belening aan Henric die Mepsche, waarbij het goed expliciet werd aangeduid als een ‘borchleen tot Vollenhoe’. Dit betekende dat de leenman verplicht was bij te dragen aan de verdediging van het bisschoppelijke kasteel te Vollenhove. Vanaf 1433 kwam het in handen van de familie Lunsche. Omdat deze familie niet tot de ridderschap behoorde, verviel de militaire verplichting en werd het goed een zogenaamd ‘koddeleen’, een niet-riddermatig leen. In de daaropvolgende eeuwen ging het goed over naar verschillende families, waaronder Weyteren en Hillebolling. In 1603 werd het overgedragen aan Wyllem Hillebollinge, nadat Thyman Weyteren zijn bezit moest afstaan vanwege zijn keuze voor de vijand tijdens de Tachtigjarige Oorlog.
Voor 1598 in particuliere handen overgegaan
Ondertussen veranderde ook de institutionele context. Na de Reformatie werd in 1598 het katholicisme in Drenthe afgeschaft en in 1602 werden de bezittingen van het klooster van Assen overgenomen door het Landschap Drenthe. Opvallend is dat het landgoed Kamps toen al niet meer als kloosterbezit werd genoemd, wat erop wijst dat het eerder in particuliere handen was overgegaan.
Huidige boerderij van 1588
De huidige boerderij Kamps – voorheen als Houwing – werd in 1588 gebouwd. In het register van de bezaaide landen van 1612 wordt ‘Wyllum op Camp’ in Ballom, waarschijnlijk Willem Hillebollinge, als bewoner genoemd met 22 mud bezaaid land. Op een kaartje bij de grondschattingsregisters van 1642-1654 komt ‘Lambert opden Camp’ als bewoner voor. In de haardstedenregisters van 1672 tot en met 1742 valt het landgoed Camps onder de naburige plaats Balloo en is vol boer. In 1754 wordt het erve bewoond door ‘Roelof Berents op Camps’, opgevolgd door zijn zoon Berent Berents op Camps over de jaren 1792-1804. In 1789 heet het goed: ‘Het erf en goed Camps, weleer Houwinge genaamd’ en in 1790 ‘Het erf en goed Houwinge, thans Campss erf genaamd’. De laatste is vóór 1807 overleden, want dan zet zijn weduwe de boerderij voort. In 1829 vestigen zich nieuwe bewoners op Camps, te weten Hendrik Jans Joling, zijn vrouw Aaltje Harms Zwiers en hun zes kinderen. Volgens de kadastrale legger van 1832 staan bos, boomgaard, erf, bouw- en grasland, ter grootte van 11.16.70 ha, op naam van Sijbrand Gratama, die in 1812 met Johanna Gesina Oldenhuis Kymmell was getrouwd. In 1934 werden door prof. E.A. van Giffen enkele opgravingen verricht op het erve Kamps, maar er werden geen sporen gevonden van een bouwwerk wat in relatie met de abdij uit het jaar 1259 kan worden gebracht.

Stichting Het Drentse Landschap
In de moderne tijd kreeg het erf een nieuwe bestemming. In 2001 werd de boerderij aangekocht door Stichting Het Drentse Landschap en gerestaureerd. Na een verwoestende brand in 2012 werd het complex in 2014 herbouwd, waarbij historische elementen zoals de houten gebinten behouden bleven. Tegenwoordig heeft het voormalige Houwingegoed, later bekend als Kamps, een culturele en maatschappelijke functie. Zo toont de geschiedenis van het Houwingegoed een ontwikkeling over bijna acht eeuwen: van een kloosterlijk begin na de Slag bij Ane, via bisschoppelijk leen en adellijk bezit, naar een agrarisch erf en uiteindelijk een cultuurhistorisch monument.


Belening van het Houwingegoet
In 1231 moest de burggraaf van Coevorden twaalf vazallen met hun leengoederen aan de bisschop van Utrecht afstaan, die werden ingezet als borgmannen van het kasteel te Vollenhove. Eén van die leengoederen was het ‘goet to Bamlo, gheleghen in den kerspel van Roelde’. Het Houwinghegoet kent een lange lijst van leenmannen. Het betreft een zogenaamd koddenleen, zijnde een niet-riddermatig goed. Daartegenover stond een borgleen, wat betekent dat de leenman van dit goed oorspronkelijk als tegenprestatie het bisschoppelijk kasteel mee moest helpen verdedigen. De belening van dit Houwingegoed verliep als volgt:
- 1379-1382 Henric Mepesche
- 1382-1393 Nese des Mepeschen, hulder haar zoon Johan die Mepsche: ‘Dat goet, gehieten Houwingegoed, in der buerscap to Banlo, gheleghen in den kerspel van Roelde’; reden belening: nieuwe leenman
- 22 juni 1394 Agnesa, weduwe van Henric die Mepsche, hulder haar zoon Johan die Mepsche: ‘Houwingeguet to Bandelo in den kerspel van Rolde mit synen tobehoeren’; reden belening: nieuwe leenheer Frederik van Blankenheim, bisschop van Utrecht
- 11 oktober 1399 Johan die Mupsche na de dood van zijn moeder Agnesa; reden belening: nieuwe leenman
- 18 juni 1411 Henric die Meppeschen na de dood van zijn vader: ‘borchleen tot Vollenhoe, te verheerwaarden mit drien Francrixschen schilden’; reden belening: nieuwe leenman
- 2 augustus 1433 Yeye Lunschen, hulder haar mang Egbert die Lunsche: ‘Houwingeguet toe Banne, gelegen in den kerspel van Rolde, voer een koddenleen’; reden belening: nieuwe leenman
- 14 oktober 1457 Yeye Lunschen, hulder haar zoon Jacob Lunschen; reden belening: nieuwe leenheer David van Bourgondië, bisschop van Utrecht
- 29 augustus 1466 Yeye Lunschen, hulder haar zoon Henric Lunschen na kwijtschelding van het verzuim; reden belening: ws. nieuwe leenman
- 8 juni 1478 Johan Lunsche na de dood van zijn grootmoeder Yeye Lunschen; reden belening: nieuwe leenman
- 7 juli 1497 Johan Lunsche; reden belening: ws. nieuwe leenheer Frederik van Baden, bisschop van Utrecht
- 25 april 1512 Jacob Lunsche na de dood van zijn vader Johan Lunsche
- 8 juni 1518 Jacob Lunsche; reden belening: nieuwe leenheer Philips van Bourgondië, bisschop van Utrecht
- 9 februari 1525 onmondige Johan Lunsche na de dood van zijn vader Jacob Lunsche, hulder Johan Bavinge; reden: nieuwe leenheer Hendrik van Beijeren, bisschop van Utrecht
- 13 juli 1542 ontbrekende belening; reden belening: nieuwe leenheer Karel V
- 13 juli 1554 onmondige Johan Lunsche, hulder Johan Bavynge
- 23 september 1556 ontbrekende belening; reden belening: nieuw leenheer Philips II
- 18 maart 1558 Johan Lunssche
- 18 maart 1558 Jacob Weyteren na opdracht door Johan Lunssche
- 6 juli 1571 Thyman Weiteren na de dood van zijn vader Jacob Weiteren
- 21 december 1603 Wyllem Hillebollinge na de dood van zijn vader Jacob Hillebollinge, aan wie Thyman Weyteren dit goed had overgedragen ‘voer Francois de Verdugo aen des vijantz syde in ‘t jaer 1588’
- 10 oktober 1617 Hille Jacobs na de dood van haar broer Wilhem Hillebollinge, hulder haar man Lambert Willems
- 13 november 1676 Jan Camps na de dood van zijn moeder Hille Jacobs
- 14 september 1712 Jacob Jansen Camps na de dood van zijn vader Jan Camps
- 9 mei 1727 Jacobus Dassen namens onmondige zoon Harmen Dassen na opdracht door Jacob Jansen Camps
- 27 juni 1789 M. Dassen na de dood van zijn vader Herman Dassen, na herstel van verzuimen
- 2 juli 1790 Jan Jansen Weersing na herstel van verzuimen
