Direct naar de inhoud.

Eelde

Waterburcht van Eelde

De geschiedenis van Ter Borch, ook bekend als Cantersborg en Sigersborg, begint in de vroege middeleeuwen op een plek ten zuiden van het huidige Eelde, in het Drentse dingspel Noordenveld. Op deze locatie lag een versterkt complex dat later bekend zou worden als de Waterburcht van Eelde. Deze plaats vormde al vroeg een centrum van bewoning en machtsuitoefening, al is de exacte oorsprong in nevelen gehuld. Volgens latere interpretaties van middeleeuwse bronnen zou er mogelijk al rond 1040 sprake zijn geweest van een versterkte locatie. Deze vroege datering is echter onzeker en berust waarschijnlijk op een verkeerde interpretatie van Latijnse teksten waarin het woord castrum voorkomt. Dit begrip betekent eerder een versterking of verdedigbaar complex dan een stenen kasteel zoals men zich dat later voorstelde. Moderne historici achten het daarom onwaarschijnlijk dat er in de elfde eeuw al een volwaardig kasteel stond.

Bouw van een castrum door de zonen van de schulte van Drenthe

Brand in Eelde 1241

Zekerder is dat zich in de dertiende eeuw een versterkte burcht bevond op deze plek. In 1241 wordt melding gemaakt van verwoestingen in Eelde, waarbij het dorp aan het vuur werd prijsgegeven. Hoewel lange tijd werd aangenomen dat ook de burcht toen werd vernietigd, is het waarschijnlijker dat er op dat moment nog geen echte burcht stond. Pas in 1266 is er sprake van een duidelijk aanwijsbaar versterkt bouwwerk. In dat jaar bouwden de zonen van Rodger, schulte van Drenthe, een castrum in Eelde. Dit complex werd echter nog in hetzelfde jaar verwoest, zoals beschreven in de kroniek van Emo en Menko. De burcht werd vermoedelijk kort daarna weer herbouwd. De aanwezigheid van een versterkte woning was immers noodzakelijk voor de schulten van Eelde, die in de dertiende en vroege veertiende eeuw een belangrijke bestuurlijke en rechtsprekende rol vervulden in dit deel van Drenthe. Zij spraken recht en vertegenwoordigden het gezag in de regio. Het ligt voor de hand dat een dergelijke functie gepaard ging met een zekere mate van bescherming en representatie, wat een versterkte woonplaats verklaart.

Mottekasteel als bestuurscentrum

De Waterburcht van Eelde was waarschijnlijk een zogenaamd mottekasteel. Dit type kasteel bestond uit een opgeworpen aarden heuvel – de motte – waarop een houten of later mogelijk stenen woontoren stond. Het geheel werd omgeven door een complex systeem van grachten en wallen. De ligging van de burcht in een laag en drassig gebied tussen de Oosterloop en een zandrug maakte het mogelijk de grachten eenvoudig van water te voorzien. Hierdoor ontstond een moeilijk toegankelijk en goed verdedigbaar complex, dat slechts vanuit één richting – het noordoosten – betreedbaar was. Opmerkelijk is dat de burcht niet lag aan een belangrijke handelsroute. De voornaamste verbinding tussen Groningen en het zuiden liep over de Hondsrug, enkele kilometers oostelijker. Dit wijst erop dat de burcht geen uitgesproken militaire of controlerende functie had in het verkeer. De betekenis ervan moet eerder worden gezocht in de bestuurlijke rol van de bewoners. De schulten van Eelde hadden hun werkgebied in Noord-Drenthe en bezaten daar ook hun landerijen. De burcht fungeerde dus vooral als centrum van rechtspraak en lokaal gezag, en bood daarnaast bescherming in onrustige tijden.

Verdwenen tegen einde Middeleeuwen

Hoewel de burcht waarschijnlijk nog tot in de veertiende eeuw in gebruik is geweest, verdwijnt zij daarna uit de bronnen. Mogelijk raakte het complex in verval of werd het geleidelijk verlaten. Tegen het einde van de middeleeuwen lijkt de oorspronkelijke functie van de Waterburcht te zijn verdwenen, en bleef slechts het terrein met zijn grachten en aarden structuren zichtbaar in het landschap. In de zestiende eeuw duikt een nieuwe fase in de geschiedenis van deze plek op. Op of nabij het terrein van de voormalige burcht woonde een familie die zich Ter Borch noemde. Of deze naam is afgeleid van de oude burcht of dat de burcht haar naam aan de familie ontleende, is niet met zekerheid vast te stellen. In elk geval was de familie Ter Borch in deze periode eigenaar van het goed.

De familie Sigers ter Borch

In 1529 ontstond er een conflict over de erfenis van Steven ter Borch, die eigenaar was van het bezit. De zaak werd voorgelegd aan de Etstoel, het hoogste rechtscollege van Drenthe. Na een uitspraak van dit college kwam het goed Ter Borch in handen van Reint Sigers. Hiermee begon een nieuwe fase in de geschiedenis van het huis, waarin de familie Sigers – later Sigers ter Borch – een centrale rol zou spelen. Gedurende de zeventiende eeuw ontwikkelde het bezit zich tot een havezate. Een havezate was een versterkt adellijk huis dat verbonden was aan bestuurlijke en politieke rechten, zoals het lidmaatschap van de Ridderschap van Drenthe. In 1643 diende Reint de Sigers ter Borch, kleinzoon van Reint Sigers, een verzoek in om tot deze ridderschap te worden toegelaten. Na een langdurig onderzoek werd uiteindelijk zijn zoon, Johan de Sigers ter Borch, toegelaten. Daarmee werd Ter Borch officieel erkend als havezate. Johan de Sigers ter Borch speelde vervolgens een belangrijke rol in het bestuur van Drenthe. Hij bekleedde functies als ette, assessor in de Etstoel en gedeputeerde. Zijn positie onderstreept het belang van Ter Borch als bestuurlijk centrum en als symbool van adellijke status.

Ontwikkeling van havezate 17e eeuw

De havezate zelf, die in 1646 voor het eerst expliciet wordt vermeld, stond op het terrein van de oude Waterburcht. Op kaarten uit de zeventiende en achttiende eeuw is duidelijk te zien dat hier een aanzienlijk landgoed lag. De naam Ter Borch verwees waarschijnlijk bewust naar de middeleeuwse oorsprong van de locatie. Het uiterlijk van de havezate is goed bekend dankzij verkoopadvertenties uit 1755 en 1773. Hierin wordt het huis beschreven als een statige, vierkante herenwoning met tien ruime vertrekken, zowel boven als beneden. Het gebouw beschikte over een keuken, een gewelfde kelder en diverse andere voorzieningen. Daarnaast was er een grote schuur met stallen voor paarden en vee, evenals uitgestrekte tuinen en plantages met duizenden eikenbomen, die deels geschikt waren voor bouwmateriaal.

Afbraak van adellijk gebouw 1799

Het landgoed omvatte verder twee boerderijen, meer dan dertig mudden bouwland en aanzienlijke hooi- en weidelanden. Ook beschikte de eigenaar over jachtrechten in de gehele omgeving en visrechten in bepaalde wateren. Bovendien bezat de familie een eigen zitplaats en graf in de kerk, wat hun sociale status benadrukte. De havezate was stevig gebouwd, met afmetingen van ongeveer zestig bij veertig voet, en voorzien van een omlopend dak. Het geheel vormde een indrukwekkend landgoed dat de welstand en invloed van de bewoners duidelijk weerspiegelde. In de loop van de achttiende eeuw verloor de havezate echter haar betekenis. Uiteindelijk werd het gebouw in 1799 afgebroken, waarmee een einde kwam aan de zichtbare aanwezigheid van Ter Borch als adellijk huis. Hoewel het gebouw verdween, bleef de locatie zelf van groot historisch belang. In de twintigste eeuw werd archeologisch onderzoek verricht om meer inzicht te krijgen in de geschiedenis van de Waterburcht en de havezate. Hierbij werd gebruikgemaakt van moderne technieken zoals geo-elektrische weerstandsmetingen en magnetometrisch onderzoek, waarmee zonder graafwerk ondergrondse structuren konden worden opgespoord.

Middeleeuws grachtenstelsel

Uit deze onderzoeken, onder andere uitgevoerd in 1987 en 1988, bleek duidelijk de ligging van het middeleeuwse grachtenstelsel, de plaats van de havezate en de oprijlaan. Ook werd vastgesteld dat bij de bouw van de havezate veel van de oude grachten behouden zijn gebleven, al werden sommige delen aangepast. Eerder, in 1966, had archeoloog Van Giffen al een proefopgraving uitgevoerd. Daarbij werden geen stenen fundamenten aangetroffen, maar wel losse middeleeuwse bakstenen. Dit wijst erop dat er mogelijk wel degelijk een stenen gebouw heeft gestaan, al ontbreekt daarvoor nog overtuigend bewijs. Volgens latere interpretaties kan de burcht aanvankelijk uit hout hebben bestaan en pas later gedeeltelijk in steen zijn uitgevoerd.

Reconstructie van het terrein

De reconstructie van het terrein laat zien dat de oorspronkelijke burchtheuvel in het centrum van een ronde gracht lag. In de zeventiende eeuw werd deze heuvel deels afgevlakt om plaats te maken voor de havezate, die iets ten westen ervan werd gebouwd. De binnenste gracht, die in de middeleeuwen waarschijnlijk volledig rond was, werd daarbij aangepast. Vandaag de dag resteert van Ter Borch en de Waterburcht van Eelde vooral een archeologisch monument, waarin zowel middeleeuwse als vroegmoderne sporen samenkomen. Het terrein vormt een tastbare herinnering aan een lange geschiedenis van bewoning, bestuur en machtsuitoefening in dit deel van Drenthe, waarin een eenvoudige versterkte plek uitgroeide tot een adellijk landgoed en uiteindelijk weer verdween uit het landschap.