Direct naar de inhoud.

Uffelte 11e eeuw

Uffo - Uffelte

Uffo verliest landgoed

Onteigening door keizer Hendrik III
De oudste vermeldingen van Uffelte dateren uit de elfde en dertiende eeuw, namelijk als Ophelte (1040) en de Vffelte (1215). De naam kan op verschillende manieren worden verklaard. Mogelijk is zij samengesteld uit uf (uil) en hultithja, wat duidt op een plaats waar hout groeit. Een andere verklaring zoekt de oorsprong in up-helte of up den holt(e), wat verwijst naar een hoger gelegen bosgebied. Ten slotte is het ook aannemelijk dat de naam van het dorp afgeleid van de persoonsnaam Uffo, een leenman die de gronden rond Uffelte in bezit had binnen het Duitse Rijk. In 1040 ontnam keizer Hendrik III dit landgoed aan Uffo en zijn broers en schonk het aan Bernold van Utrecht. Deze bisschop droeg het bezit in 1048 over aan het door hem gestichte Kapittel van Sint-Pieter. De plaats wordt in deze periode vermeld als Ophelte (1040), en later als de Vffelte (1215).

Hoofdhof met voorraadschuren van de bisschop in Drenthe

Graanopslagplaats van het kapittel van Sint-Pieter

In de daaropvolgende eeuwen ontwikkelde Uffelte zich tot een belangrijk centrum binnen het bisschoppelijke domein. De bisschop van Utrecht bezat in Drenthe talrijke hoeven, die werden beheerd vanuit centrale hoven (curtes). In Uffelte bevond zich de hoofdhof van dit stelsel, met bijbehorende voorraadschuren. Vanuit deze hof werd het omliggende gebied bestuurd en werden landbouwproducten, met name rogge, verzameld en opgeslagen. De nederzetting groeide hierdoor uit tot een administratief centrum en graanopslagplaats van het kapittel van Sint-Pieter. Op dit domein leefden horigen, die verplichtingen hadden tegenover de bisschop en het kapittel, waaronder het leveren van diensten en het verzorgen van paard en proviand bij bezoeken van de proost. Tegelijkertijd maakten de Drenten in de twaalfde en dertiende eeuw deel uit van een breder spanningsveld tussen lokale autonomie en kerkelijke macht. Bisschop Otto II van Lippe legde zware belastingen op om zijn deelname aan de Vijfde Kruistocht te bekostigen. Dit leidde tot groeiende onvrede onder de bevolking van Drenthe, die zich uiteindelijk verenigde met de burggraaf van Coevorden. De spanningen escaleerden en vonden hun hoogtepunt in 1227, toen de bisschop omkwam tijdens de Slag bij Ane.

Herstel van bisschoppelijk gezag in Drenthe

Na deze nederlaag greep paus Gregorius IX in door Wilbrand van Oldenburg, een ervaren bestuurder en militair, aan te stellen als bisschop van Utrecht. In 1231 trok Wilbrand met een Fries leger Drenthe binnen om het bisschoppelijk gezag te herstellen. Dit vormde het begin van een nieuwe fase van conflict, die bekendstaat als de Fries-Drentse oorlog. Hoewel zijn eerste campagne niet direct succesvol was, wist Wilbrand in 1233 uiteindelijk de Drenten opnieuw te onderwerpen.

Zeventien boerderijen rond 1300

Rond 1300 geven bronnen een gedetailleerd beeld van de organisatie van het domein in Uffelte. Ongeveer zeventien boerderijen droegen toen de zogenoemde schuldmudde af aan het kapittel. Al in 944 waren er zes huizen die samen zes schuldmudden opbrachten, maar het dorp groeide geleidelijk uit. Het aantal waardelen werd uiteindelijk vastgesteld op twintig, verdeeld over de boerderijen, de hof, de molen en de proost van het kapittel. De landbouwproductie, met name rogge, werd vanuit Uffelte per schip vervoerd naar Meppel. Daar werd de graanvoorraad tijdelijk opgeslagen en vervolgens verder getransporteerd naar Utrecht. Dit vervoer zorgde voor economische activiteit in Meppel, onder meer bij de sluis, waar het kapittel liggeld moest betalen. In sommige gevallen werd de rogge al ter plaatse door kooplieden opgekocht. Naarmate de handel toenam, ontstonden in Meppel speciale opslagplaatsen en bezochten de kanunniken van Sint-Pieter de stad steeds vaker.

Verlies van centrale administratie

Functie en verpachting
In de loop van de vijftiende eeuw veranderde de sociaal-economische structuur ingrijpend. De horigheid werd geleidelijk afgeschaft en vervangen door een pachtstelsel. De voormalige horigen, vaak welgesteld en van aanzien, werden vrije mensen. Tegelijkertijd verloor de hof in Uffelte haar centrale administratieve functie en werd zij verpacht. Betalingen en leveringen verliepen voortaan via het zogenoemde Spijker, een voorraadschuur die in 1439 bij de Oude Vaart werd gebouwd of vernieuwd. Het beheer hiervan kwam in handen van de familie Ten Hove, die zelf uit horigen was voortgekomen. Zij organiseerden het transport van rogge naar Meppel voor verdere verhandeling.

Banden met Sint-Pieter

Uffelte en het Utrechtse kapittel
Ook in latere eeuwen bleef de band met het kapittel van Sint-Pieter bestaan, zij het in verzwakte vorm. In 1643 werd het (Zuid)veen bij Uffelte verdeeld om het geschikt te maken voor de teelt van boekweit. Zelfs in de negentiende eeuw bestonden er nog verplichtingen: zo moest in 1844 Meilof Willem Santing vier mud rogge afdragen aan het kapittel in Utrecht.