Bouvines

Slag bij Bouvines
Conflict tussen twee huizen
Eén van de slagen die iets zou kunnen zeggen over het verloop van de slag bij Ane is de Slag bij Bouvines of Slag bij Bovingen. Deze vond plaats op 27 juli 1214 nabij het dorp Bouvines dat tussen Rijsel en Doornik ligt. De plaats behoorde toentertijd tot het graafschap Vlaanderen, maar ligt nu in het Noorder-departement van de regio Hauts-de-France. In deze slag stonden een leger van de Franse koning Filips II Augustus en een Engels-Welfisch leger onder leiding van keizer Otto IV tegenover elkaar. De slag eindigde met de overwinning van Filips II.
Franse leger tegenover het Engels-Welfisch leger 27 juli 1214
Franse koningen tegen hun vazallen
Het conflict tussen de koning van Frankrijk en de koning van Engeland was minder een conflict tussen twee koninkrijken als wel tussen een leenheer en zijn vazal: de Franse koningen van het Huis Capet lagen namelijk in conflict met hun vazallen uit het Huis Plantagenet. De oorzaak hiervoor lag in de verzwakking van het koningschap van de Karolingen en de dynastieke machtswissel met de Capetingen van de negende tot tiende eeuw. De Plantagenets beheersten door het huwelijk van Hendrik II uit het huis Plantagenet met Eleonora van Aquitanië – nota bene de ex-vrouw van de Franse koning – het hele westelijk en zuidwestelijk deel van Frankrijk. En waren tezelfdertijd als koningen van Engeland opperheer van de Britse eilanden, zodat ze het Franse koningschap in hun schaduw dreigden te stellen. Koning Filips II van Frankrijk bood tegenstand aan deze het koninkrijk bedreigende ontwikkeling en probeerde de macht van de Plantagenets te breken door hun familieruzies in zijn voordeel uit te buiten. Tegenover zijn belangrijkste rivaal, Richard Leeuwenhart, moest hij altijd militair het onderspit delven totdat zijn onverwachts overlijden in 1199 het beslissende keerpunt teweegbracht. Richards jongere broer, Jan zonder Land, slaagde er niet in zijn gezag over zijn eigen vazallen te handhaven. De macht van het Angevijnse Rijk leek gebroken en tegelijkertijd kon Filips II de uitbouw van het Franse koningschap tot enige wetgevende en uitvoerende macht in zijn koninkrijk uitbouwen.
Conflicten met de graven van Boulogne en Vlaanderen
Strijd met twee andere vazallen
Daarnaast had Filips II Augustus ook conflicten met twee andere van zijn vazallen: Reinoud van Dammartin, graaf van Boulogne, en Ferrand van Portugal, graaf van Vlaanderen. Reinoud van Dammartin had in 1211 geweigerd voor het hof van Filips te verschijnen vanwege een geschil met bisschop Filips van Beauvais. Hierop ging Filips II datzelfde jaar nog over tot het offensief: hij nam Mortain, Aumale en Dammartin in. Reinoud van Dammartin vluchtte naar het hof van de graaf van Bar en zou vervolgens de oversteek naar Engeland wagen. Ferrand van Portugal wenste Ariën en Sint-Omaars, die hij recentelijk aan Filips II Augustus had verloren (Verdrag van Pont-à-Vendin 25 februari 1212), terug te winnen. Hiermee dreef hij beide graven in het kamp van de Engelse koning Jan zonder Land, die beiden een verdrag afsloten met deze waarin ze verklaarden geen vrede te zullen sluiten met Filips II Augustus of diens zoon Lodewijk zonder de goedkeuring van de Engelse koning.
Offensief tegen Jan zonder Land
In april 1213 had koning Filips II besloten over te gaan tot een offensief tegen de door de paus in de ban gedane Jan zonder Land en riep op 8 april 1213 al zijn grote leenmannen bijeen te Soissons, droeg zijn zoon Lodewijk op een expeditie te leiden tegen Engeland. Ferrand stak nu in persoon over naar Engeland waar hij in januari 1214 – net als Reinoud – tegenover Jan zonder Land leenhulde deed voor zijn Engelse lenen en daarmee volgens de koning van Frankrijk leenbreuk (en dus hoogverraad) beging. Jan zonder Land zag in deze afvalligheid van de graven daarentegen een kans om door een offensief tegen Filips II zijn verloren gegane bezittingen op het vasteland terug te winnen.
De Duitse troonstrijd
Abc
In de door de dubbelverkiezing van Filips van Zwaben en Otto van Brunswijk ontstane Duitse troonstrijd waren alle toonaangevende machten van West-Europa betrokken. Jan zonder Land, uit het Huis Plantagenet, werd gezien als een bondgenoot van zijn neef Otto van Brunswijk, die tot de partij van de Welfen behoorde, en door wiens koningschap in Duitsland hij hoopte Frankrijk in een tang te kunnen nemen. Dit zorgde er op zijn beurt voor dat koning Filips II een bondgenoot werd van zijn naamgenoot (Filips van Zwaben), behorende tot de partij van de Hohenstaufen, met wiens hulp hij aan deze tang hoopte te kunnen ontsnappen. Ondanks de voorkeur van de paus voor de Welfen leek het na enkele militaire successen van Filips van Zwaben erop dat de Staufen het pleit zouden winnen, totdat deze in 1208 te Bamberg het slachtoffer werd van een moordaanslag. Daarmee leek de beslissing te zijn gevallen. Diverse aanhangers van Staufen in Duitsland erkenden nu Otto IV als rechtmatige koning. Deze trok in 1209 naar Rome om van de paus de keizerskroon te ontvangen.
Excommunicatie door de Paus
Paus Innocentius III excommuniceerde in 1210 de Welfen. Maar doordat keizer Otto IV na zijn keizerskroning delen van Italië veroverde leidde dit tot een wijziging in de bestaande situatie. Dit dwong namelijk de paus zijn houding tegenover de Welfen te heroverwegen. De paus nam contact op met koning Filips II van Frankrijk, die de kans aangreep om alsnog aan de dreigende omsingeling van zijn koninkrijk te ontsnappen. Tezamen ondersteunden ze in Duitsland de afvalbewegingen van Staufen-gezinde vorsten, die in 1211 in Neurenberg de jonge Siciliaanse koning Frederik II van Hohenstaufen tot koning verkozen. Keizer Otto IV keerde daarop terug naar Duitsland om zijn gezag te herstellen. Maar een jaar later betrad Frederik zelf in Konstanz Duitse bodem en in november 1212 volgde dan in Vaucouleurs de vernieuwing van de alliantie tussen Frankrijk en de Staufen.
De weg naar Bouvines
Jan zonder Land trekt op met zijn leger
Jan zonder Land kwam met zijn neef, keizer Otto IV, een gecombineerde aanval op Frankrijk overeen, die het Capetingische koningschap definitief zou vernietigen en daarmee zowel in Frankrijk als in Duitsland hun zaak gunstig zou uitkomen. In het voorjaar van 1214 landde Jan zonder Land met zijn leger aan de kust van Saintonge, marcheerde door Poitou, veroverde het Bretoense Nantes en drong daarop verder door in Anjou. Jan leed echter op 2 juli 1214 bij Roche-aux-Moines een zware nederlaag tegen prins Lodewijk en trok zich in het zuiden terug waarbij hem een verdere opmars werd verhinderd. Begin juli 1214 had Otto IV eindelijk zijn leger in de keizerpalts Aken samengetrokken en begon hij aan zijn mars naar Vlaanderen.
Mars naar Vlaanderen
Op 23 juli was Filips II Augustus met zijn voorbereidingen voor de strijd klaar en vanuit Péronne aan zijn mars naar Vlaanderen begonnen. Op 25 juli stak hij de bij Bouvines gelegen brug over de Marque over en legerde op de rechteroever. Filips bevond zich hiermee reeds op vijandig gebied, want het merendeel van Vlaanderen steunde hun graaf in zijn conflict met de koning. Op 26 juli kon Filips na een korte strijd Doornik binnentrekken. Keizer Otto IV, die intussen Valenciennes had bereikt, begon daarop op het Franse leger te letten en bereikte op de morgen van 27 juli het slechts zes mijl ten zuiden van Doornik gelegen Mortagne. Filips wou direct tot de aanval overgaan, maar werd door zijn raadgevers tot een terugtocht naar Rijsel omgepraat, waardoor voor hen de weg naar het Franse kernland zou open blijven.
De slag op 27 juli 1214
Otto IV liet over de hele vlakte tussen Bouvines en Doornik zijn leger in slagorde opstellen. Rond de middag van 27 juli 1214 stonden beide legers op 1,5 km breed front tegenover elkaar. Het was een zondag, een geheiligde kerkdag, een dag waarop al bijna 200 jaar de “Godsvrede” gold. Het vergieten van bloed was op zo’n dag evenzeer verboden als geslachtsgemeenschap en handel. Geestelijke hoogwaardigheidsbekleders waren in gevallen van overtreding van dit verbod ertoe gemachtigd de excommunicatie over de vredebrekers uit te spreken. De koning van Frankrijk voerde ongeveer 1300 ridders en evenzoveel bereden krijgsknechten, alsook meer dan 4000 infanteristen aan. De cavalerie van de Rooms-Duitse keizer was slechts iets sterker, maar hij bezat duidelijk een overwicht aan voetvolk. In totaal stonden er ongeveer 4000 cavaleristen en ongeveer 12000 infanteristen opgesteld op het slagveld tussen Bouvines en Doornik.

Opstelling van het Franse leger
Het Franse leger was in de gebruikelijke drie linies geformeerd: in het centrum stond de koning met de leliebaander en de ridders van zijn huishouden, wiens officieuze aanvoerder de in de strijd ervaren Guillaume II des Barres was. De ridderschap stond hier in de voorste rij, terwijl de voettroepen van de stadsmilities met de Oriflamme zich achter hen hadden opgesteld. De linkervleugel, die uit de enkele ridders van Île-de-France en Normandië bestond, werd door de koninklijke neef graaf Robrecht II van Dreux aangevoerd. In de rechtervleugel stonden de ridders uit Bourgondië en Champagne onder leiding van hertog Odo III van Bourgondië.


Formatie van de Engels-Welfen
Het leger van de Engels-Welfische bondgenoten was op dezelfde wijze geformeerd: in het centrum keizer Otto IV met zijn Saksische ridders en voetknechten, daarbij de contingenten van de Neder-Lotharingse vorsten. Zijn linkervleugel bestond uit Vlaamse ridders en militieleden onder aanvoering van hun graaf. Rechts Engelse en Franse ridders onder de graven van Boulogne en Salisbury, alsook de Brabançons. Uit de overleveringen, rekeningenboeken, gevangenenlijsten en de lijsten van hen, die als borgsteller voor losgelden garant stonden, konden ongeveer 300 personen, die aan dezer slag hebben deelgenomen, bij naam worden geïdentificeerd. Op vier na waren allen minstens van ridderlijke stand en slechts een dozijn van hen worden in de overleveringen van contemporaine kroniekschrijvers opgevoerd als hoofdrolspelers in het slagverloop.
