Direct naar de inhoud.

Boerenoorlog

Gerard II van Lippe

Een vergelijkbaar strijdtoneel als in 1227 tijdens de Slag bij Ane heeft plaatsgevonden in 1234 in de Slag bij Altenesch, die ook de Stedingerkrieg wordt genoemd. Dit was de beslissende slag in de strijd tussen Gerard II van Lippe, de aartsbisschop van Bremen en de Rüstringer en Stedinger Friezen die een eigen boerenrepubliek hadden gesticht. De strijd beleefde een hoogtepunt in de jaren 1233 en 1234. Het bisdom wist de strijd uiteindelijk in zijn voordeel te beslissen tijdens een slag die op 27 mei 1234 in Altenesch plaatsvond, een deel van de huidige gemeente Lemwerder, tien kilometer ten noordwesten van Bremen. Aan de kant van de bisschop vochten velen, merendeels uit de Nederlanden afkomstig, mee in een kruistocht tegen de ketterse Stedingers.

Een vergelijkbaar strijdtoneel als Slag bij Ane in 1227

Achtergrond

Ontginningen in Noordwest-Duitsland

In de elfde en twaalfde eeuw vonden op meerdere plaatsen in Europa grootschalige ontginnings-activiteiten plaats. Er was een groeiende behoefte aan cultuurland. Waar mogelijk leidde die behoefte in de directe omgeving tot activiteit, zoals de Grote Ontginning in Holland. De kennis die bij dergelijke projecten werd opgedaan kon ook op andere locaties gebruikt worden. Naast de toename van cultuurland die hiervan het gevolg was stond echter steeds het verlies van cultuurland door regelmatig terugkerende overstromingen. In het noordwesten van het huidige Duitsland overheerste aanvankelijk het verlies van cultuurland. De oude Friese gouw Rüstringen verdween voor een groot deel in de golven. Direct ten zuiden van Rüstringen, aan beide zijden van de Wezer, lag een groot, leeg, woest gebied. Ontginning van dit gebied zou een mogelijkheid zijn om het verlies langs de kust deels te compenseren. De lokale heren, de aartsbisschop van Bremen en de graaf van Oldenburg, zagen mogelijkheden om het tot dan waardeloze land – het leverde hun geen enkel voordeel – economisch waardevol te maken. Pioniers uit Rüstringen en uit de Nederlanden werden op aantrekkelijke voorwaarden gelokt om het gebied te ontginnen.

Bisschop uit Bremen wil aanspraken verzilveren

De ontginning bleek succesvol. Met de vooral in Holland opgedane kennis ontstond een relatief welvarende landbouwstreek. De relatieve welvaart was het werk van de kolonisten zelf. Voor de lokale heren was hun welvaart echter een aanleiding om ook mee te delen in hun succes. De financiële wensen van die heren leidden al snel tot een conflict met de nieuwe boeren. Er ontstond onenigheid over de interpretatie van de voorwaarden waaronder de streek was ontgonnen. De graaf van Oldenburg probeerde zijn vermeende rechten te bewaken door het stichten van een aantal burchten in het gebied. De bisschop van Bremen probeerde zijn aanspraken langs canonieke weg te verzilveren. De bisschop maakte aanspraak op tienden en toen de Stedingers deze niet wilden betalen bestempelde hij hen als ketters.

Kruistocht

Opstand van de Stedinger boeren

De Stedinger boeren kwamen in het begin van de dertiende eeuw in opstand tegen de bisschop en de graaf. In de periode 1204–1230 vonden er meermalen confrontaties plaats waarbij de Stedingers zich grotendeels wisten te handhaven. Bij een van die confrontaties, in 1229, sneuvelde Herman van Lippe. Zijn broer, de Utrechtse bisschop Otto van Lippe, was enkele jaren eerder al gesneuveld in de Slag bij Ane. De aartsbisschop van Bremen, Gerard II van Lippe, verloor zo in korte tijd twee broers in oorlogen met opstandige boeren. In maart 1230 riep hij daarom een synode bijeen van alle prelaten uit zijn aartsbisdom. Op die synode werden de Stedingers tot ketters verklaard. Gerhard wendde zich tot paus Gregorius IX die via de bisschoppen van Minden, Lübeck en Ratzeburg opdracht gaf een kruisleger op de been te brengen.

Kruistocht tegen de Stedingers 1234

In de kroniek van Bloemhof vertelt Emo hoe in januari 1234 twee predikheren uit Bremen door de Nederlanden trekken om tot de kruistocht op te roepen. Emo vermeldt, met enig enthousiasme, dat de predikers in zijn Fivelingo niet veel succes hebben. De predikheren maken daar overigens gebruik van door bij de tegenstanders van Fivelingo hen op een lijn te stellen met de Stedingers en de Drenten, allemaal even ongehoorzaam. Is er in het dan landheerloze noorden van het huidige Nederland weinig animo voor deze kruistocht, anders is dat onder de feodale heren. Vanuit Holland, Vlaanderen en Brabant volgen velen de oproep. Een groot leger, bronnen spreken over 40.000, onder Hendrik I van Brabant trok naar Bremen. Naast Hendrik trokken ook Floris IV van Holland, Otto II van Gelre en Diederik VI van Kleef mee ter kruistocht.

Het verloop van de strijd

De Stedingers hadden zich tot de kruistocht kunnen handhaven omdat zij op eigen terrein vochten. Tegen het leger van Hendrik van Brabant konden zij echter maar 11.000 strijders stellen. Emo tekende hierbij aan dat zij met de dood voor ogen hun geboortegrond niet wilden verlaten, en daarom voor de aanval kozen. Daarbij wisten ze in het begin van de strijd nog een opmerkelijk slachtoffer te maken: graaf Christiaan II van Oldenburg. Maar uiteindelijk waren ze niet opgewassen tegen het leger van Hendrik. Hendrik wist met zijn goed georganiseerde krijgsmacht de Stedingers te omsingelen, waarbij hij hen in stormloop over de kling joeg. Slechts een vlucht in het moeras zou een beperkt deel van het Stedinger leger het leven hebben gered.

De Stedinger Boerenoorlog

Nazistische cultusplaats

Het feit, dat de slag 700 jaar geleden plaatsvond, werd door de nazi’s in 1934 gebruikt om in het tien km van Altenesch verwijderde Bookholzberg, gemeente Ganderkesee, ten zuiden van Bremen, een ‘nazi-cultusplaats’ met de naam Stedingsehre in te richten. Deze bestond uit een openluchttheater, door de nazi’s Thingstätte genoemd, waar o.a. in 1935 en 1937 voor tienduizenden toeschouwers zogenaamde Thingspiele plaatsvonden. Dit waren toneelstukken, waarin de deugden van de Germaanse voorouders, en in het algemeen de normen en waarden van de Blut und Boden-ideologie werden verheerlijkt. In 1939 vond er nog een nazistisch zomer-zonnewendefeest plaats. Rondom de plek van dit theater werd ook een dorp in Oud-Duitse stijl nagebouwd, waarvan de dorpskerk in de Tweede Wereldoorlog door een geallieerd bombardement verloren ging. Na 1945 bleef een deel van het complex bewaard. Het gehele terrein is, ter voorkoming van ongewenst bezoek door met name neo-nazi’s, streng verboden voor onbevoegden.